Veelgestelde vragen
Algemeen
-
Hoe kan ik een Pelckmans kortingspas of klantenkaart bekomen?
Schrijf je dan snel in op onze nieuwsbrief en ontvang gratis de Pelckmans kortingspas, goed voor 10% korting aan de kassa!
Inschrijven kan u op hier doen. -
Doet Pelckmans ook tuinaanleg of tuinonderhoud?
Nee, tuinonderhoud- of aanleg wordt niet door Pelckmans gedaan.
-
Is vijver- & tuincentrum Pelckmans op Koninginnedag (30 april) open?
Ja, Koninginnedag is immers een Nederlandse feestdag. Op Koninginnedag gelden onze normale openingsuren (dus dinsdag gesloten).
Opgelet: 1 mei is een Belgische feestdag en gelden er dus speciale openingsuren. -
Kan ik bij Pelckmans een tuinplan of tuinontwerp laten maken?
Ja, bij Pelckmans kan u een tuinplan of tuinontwerp laten maken. Kijk hier voor onze werkwijze.
-
Wat zijn de openingsuren van de Vijver- & Tuincentra van PELCKMANS?
Alle dagen open van 9 tot 18u, zon- & feestdagen van 9 tot 16u, DINSDAG GESLOTEN
-
Leveren jullie ook planten en andere producten aan huis?
Ja, wij leveren planten en andere producten bij u aan huis. Zoek hier met uw postcode de transportkost voor uw gemeente.
-
Kan er bij Pelckmans met Pinpas of Pinkaart betaald worden?
Meer info hierover vind je in de rubriek 'Algemene Info'
-
Welke betaalmiddelen worden bij Pelckmans aanvaard?
Meer info hierover vind je in de rubriek 'Algemene Info' .
-
Kan ik bij Pelckmans met Ecocheques betalen?
Wij aanvaarden Ecocheques, maar alleen voor de daarvoor bestemde goederen.
De belangrijkste goederen die u in onze winkels met ecocheques kan betalen zijn:
+ alle planten (zowel kamer- als tuinplanten)
+ bloembollen & zaden
+ spaarlampen, TL-lampen, LED-verlichting
+ elektrische apparaten die uitsluitend werken op zonne-energie of op handmatig geproduceerde energie
+ een recuperatietank voor regenwater (regentonnen)
+ een compostvat
+ kunststofproducten die volledig bestaan uit composteerbaar materiaal
+ duurzaam geëxploiteerd hout of houtproducten (FSC of PEFC of gelijkwaardig)
+ niet gemotoriseerde tuingereedschappen
+ potgrond en teelaarde
+ meststoffen met biogarantie
Barbecue
-
Het lijkt alsof de binnenkant van mijn deksel afbladdert ! Wat moet ik doen?
Wees niet ongerust, dat is niet de verf die afbladdert. De binnenkant van onze deksels is niet geverfd maar gecoat met meerdere lagen email op 870°, en kan dus niet afbladderen. Wat u ziet is een afzetting van verkoold vet en rook die zich beetje bij beetje ophopen naarmate u uw barbecue vaker heeft gebruikt. Deze afzetting kan gaan afbladderen zoals verf. Dit proces begint gewoonlijk in het midden van het deksel en breidt zich dan uit naar de zijkanten. Er komen dan grote of kleinere stukken los die glimmen aan de ene kant en dof zijn aan de andere. Deze koolstofafzettingen zijn helemaal niet giftig, maar u moet ze toch geregeld verwijderen. Gelukkig is dat heel eenvoudig. Borstel gewoon alle losse deeltjes met de roosterborstel of met een prop aluminiumfolie weg, voordat u uw barbecue aansteekt. Om te voorkomen dat er zich opnieuw een dergelijke laag vormt, veegt u na elk gebruik met een vel keukenpapier of lauw water met wat zeep het deksel schoon wanneer het nog warm maar niet langer heet is.
-
Hoe moet ik de thermometer van mijn Weber barbecue gebruiken? Mag ik hem tijdens het bereiden in het vlees laten zitten?
Deze thermometer geeft direct de temperatuur aan; u hoeft hem dus niet in het vlees te laten zitten tijdens het bakken. Dit zou trouwens het glas ervan kunnen beschadigen. Deze thermometer heeft een dubbel gebruik: u kunt er zowel de binnentemperatuur van uw gerechten als die van uw barbecue mee meten. Wacht enkele seconden tot de temperatuur getoond wordt; de wijzer zal langzaam de juiste waarde gaan aangeven. Zet hem na elk gebruik terug op zijn plaats op het deksel!
-
Er zit verloop in de kleur van mijn Weber barbecue. Is dat normaal?
Ja, dat is normaal. Sommige Weber-barbecues hebben kleine zwarte pigmentjes in het email die voor kleurnuances zorgen.
-
Hoe moet ik de ventilatieopeningen van mijn Weber barbecue gebruiken?
Uw vuur heeft een goede ventilatie nodig om perfect te branden. Zet de ventilatieopeningen van de bak en het deksel tijdens het gebruik helemaal open. Sluit ze na gebruik om het vuur te doven. Vergeet niet de as te verwijderen en de asla te legen als deze zijn afgekoeld.
-
Wat is de eenvoudigste manier om een Weber houtskoolbarbecue aan te maken?
1. Open het deksel en zet alle ventilatiegaten open voordat u uw briketten aansteekt.
2. Verwijder het grillrooster en leg de Weber®-aanmaakblokjes op het houtskoolrooster.
3. Stapel de houtskoolbriketten in de vorm van een piramide, boven enkele aanmaakblokjes, of vul de brikettenstarter en plaats hem daarna op het houtskoolrooster.
4. Steek de aanmaakblokjes aan.
5. Begin niet met koken voordat het aanmaakmateriaal bedekt is met as. Als de briketten roodgloeiend zijn en bedekt met een lichte grijze as, schik ze dan volgens de grillmethode die u gaat gebruiken.
6. Als u klaar bent met barbecueën, sluit dan de onderste ventilatieopening (in de bak) en de bovenste (in het deksel). Door gebrek aan zuurstof dooft het vuur vanzelf.
Het gebruiksgemak van de brikettenstarter
De brikettenstarter staat keer op keer in voor het snel en gemakkelijk aansteken van de barbecue en de kooltjes zullen binnen ongeveer dertig minuten klaar zijn. Eenvoudiger kan niet: Leg twee of drie aanmaakblokjes op het houtskoolrooster en zet daarbovenop de brikettenstarter gevuld met briketten. Steek de aanmaakblokjes aan en wacht tot de briketten bedekt zijn met een fijne laag grijze as. Nu mag u ze op het houtskoolrooster uitstorten.. De beste manier om de barbecuetemperatuur te beheersen bestaat in het aanpassen van het aantal briketten en de luchttoevoer. Om het rooster heter te maken, voegt u opnieuw briketten toe. -
Mag ik schoonmaakmiddel of schuurproduct voor een traditionele oven gebruiken?
We adviseren u om nooit onderhoudsproducten voor traditionele ovens te gebruiken voor uw Weber barbecue. Ze zijn niet compatibel met de oppervlakken van uw barbecue en kunnen de coating ervan beschadigen.
-
Mag ik het email aan de buitenkant van het deksel of de bak bijwerken?
Uw Weber barbecue is bekleed met meerdere lagen email die met het staal werden samengesmolten bij een temperatuur van 870°C, zodat u hem nooit hoeft te schilderen of in de was zetten. Deze coating glanst veel meer en is veel duurzamer dan verf, en was maakt strepen wanneer uw barbecue wordt opgewarmd. Als het deksel vuil of bestoft is, kunt u het gewoon schoonmaken met een spons en water met wat neutrale zeep.
-
Mag ik mijn Weber barbecue buiten laten staan? In de winter? zonder hoes?
De Weber gasbarbecues werden zodanig ontworpen dat ze het hele jaar door buiten mogen staan ('s winters in de koude, 's zomers in de zon). We adviseren u wel om een hoes te gebruiken die uw barbecue beschermt tegen regen en stof. Met een hoes van Weber zijn condensatie, schimmelvorming, enz. uitgesloten. Als u een gewoon dekzeil gebruikt, zult u wel last hebben van deze problemen, aangezien de lucht daaronder niet kan circuleren.
-
Hoe kan ik mijn Weber gasbarbecue schoonmaken?
Als u jarenlang van uw barbecue wilt genieten, is een regelmatig onderhoud een must. Hier enkele tips om uw gasbarbecue te onderhouden en schoon te maken:
1. Uw gereedschapskist
Om uw barbecue naar behoren schoon te maken, heeft u een roosterborstel, pH-neutrale zeep, een spons of poetsdoek, en aluminium druipbakjes nodig.
2. Bij elk gebruik
Het grillrooster moet voor of na elk gebruik worden schoongemaakt.
Verbrand alle resten door de branders op het maximum te zetten tot er geen rook meer is; veeg de roosters daarna schoon met een roosterborstel.
Het aluminium druipbakje vervangen
Deze bakjes plaatst u onder bodemplaat van uw Weber® barbecue. Vervang ze regelmatig.
Rooksporen verwijderen van het deksel van de barbecue
Rooksporen kunt u van het deksel van de barbecue verwijderen door dit lichtjes met een roosterborstel schoon te vegen. Probeer daarna met een natte spons. Rooksporen zullen vooral verschijnen wanneer de barbecue nog nieuw is, bij de aansluiting tussen de kap in roestvrij staal en het deksel in geëmailleerd staal. Ook rond de thermometerhouder kunnen rooksporen ontstaan. Zodra er zich uit de kookdampen een natuurlijke laag heeft gevormd op het deksel, zullen er geen rooksporen meer verschijnen.
De Flavorizer-staven schoonmaken
U hoeft de staven niet uit de barbecue te halen: Een reiniging via pyrolyse, door alle branders op hun hoogste stand open te zetten, volstaat om alle resten te verkolen en tot as te herleiden. Borstel de staven van tijd tot tijd schoon met een roosterborstel. Let er wel goed op dat u de geëmailleerde bekleding niet beschadigt.
De buitenkant van het deksel en de bak schoonmaken
Verwijder telkens wanneer dit nodig is de vetsporen van deze oppervlakken. Doe dit met water en neutrale zeep, en spoel overvloedig schoon. Gebruik geen afwasmiddel met citroen of zuur, dit kan de coating beschadigen.
De bodemplaat reinigen
Wacht tot ze is afgekoeld voordat u ze verwijdert (neem ze nooit weg als ze nog warm is!) en plaats ze boven een vuilnisbak. Schraap de binnenkant zorgvuldig schoon met een plamuurmes of een ander plat, recht voorwerp. Veeg de resten in de opening in het midden zodat ze in de vuilnisbak vallen. Voor een grondigere reiniging gebruikt u warm water met zeep; let wel op dat u de geëmailleerde coating niet beschadigt (dek de bodemplaat nooit af met aluminiumfolie. Het vet kan zich gaan ophopen in de plooien en vuur vatten). -
Kan ik van butaan overschakelen op propaan als ik dat wil?
De injectoren voor butaan en propaan zijn dezelfde. Er hoeft bij omschakeling dus geen afstelling te worden uitgevoerd.
-
Welk gas moet ik gebruiken; propaan, butaan of stadsgas?
Om veiligheidsredenen is het formeel verboden om stadsgas te gebruiken om uw barbecue aan te steken.
U kunt naargelang u wil een gasfles gebruiken van:
° 13 kg (u zult dan wel een drukregelaar moeten kopen)
° 5.1 kg
U kunt zowel butaan als propaan gebruiken zonder dat daarvoor technische aanpassingen nodig zijn.
In onze gebruiksaanwijzingen bevelen we het gebruik van propaan aan. De redenen daarvoor zijn onder andere:
° butaan heeft een uitgangsdruk van 28 mB, bij propaan bedraagt die 37 mB
° propaan is een "buitengas" dat pas bij minder dan -40℃ bevriest
° butaan is eerder een "binnengas" dat niet kan worden gebruikt bij temperaturen lager dan 0°C -
Mijn Weber barbecue gaat niet aan bij koud weer.
De Weber gasbarbecues werken op propaan omdat dit gas bij zeer hoge en zeer lage temperaturen veel stabieler is dan butaan. U kunt butaan gebruiken, maar dit zal de werking van uw barbecue bij extreme temperaturen beperken. Als uw barbecue niet gaat branden bij temperaturen lager dan 0?, zet u hem uit en koopt u een fles propaan. In ieder geval zal uw barbecue bij extreme temperaturen trager werken dan gewoonlijk.
-
Ik denk dat er een lek zit in mijn gasfles. Wat moet ik doen?
Als u gas ziet, ruikt of hoort dat ontsnapt uit de fles terwijl die niet is aangesloten op de barbecue, moet u:
1. De fles uit de buurt van de woning en alle mogelijke brandbare materialen plaatsen.
2. Uw verkoper contacteren.
Als uw fles wel is aangesloten op de barbecue, moet u:
1. De slang van de gasfles loskoppelen.
2. De fles uit de buurt van de woning en alle mogelijke brandbare materialen plaatsen.
3. Uw verkoper contacteren -
Hoe kan ik mijn Weber houtskoolbarbecue schoonmaken?
Voor een snelle, eenvoudige en regelmatige reiniging hebt u volgende zaken nodig: Een roosterborstel, pH-neutrale zeep, een spons of een poetsdoek, aluminium druipbakjes.
Reiniging van het rooster: borstel na gebruik met de roosterborstel alle achtergebleven etensresten van het nog warme rooster.
De bak en het deksel: spoel met behulp van een spons of poetsdoek schoon met warm water met zeep -
Zelfs met alle branders op de hoogste stand wordt mijn gasbarbecue niet warmer dan 120 à 150°C. Hoe komt dat?
Veel Europeanen hebben de gewoonte om te barbecueën met geopend deksel; dat kan de oorzaak zijn van dit probleem. De gasbarbecues van Weber zijn ontworpen voor gebruik met gesloten deksel; zo neemt het gasverbruik af en wordt de bereidingstijd korter. Als het probleem blijft bestaan, is uw barbecue mogelijk niet aangepast aan uw plaatselijke normen.
-
Mijn Weber barbecue gaat niet aan. Wat kan het probleem zijn?
Als u de barbecue wel met een lucifer kunt aansteken, is er waarschijnlijk een probleem met het ontstekingssysteem. Test uw ontstekingsknop. Hoort u een klik? Als dit niet het geval is, betekent dit dat het ontstekingssysteem en de knop niet correct op elkaar zijn afgestemd. Verwijder het controlepaneel om ze correct af te stellen (zie producthandleiding). Als het paneel is verwijderd, controleer dan de positie van uw ontstekingssysteem. Het moet stevig vastzitten aan het frame met een schroefmoer in het kleinste gat. Controleer nadat de ontsteking goed is afgesteld of het controlepaneel niet los zit. Het moet met twee bevestigingen op zijn plaats worden gehouden.
Controleer daarna of de elektrische draden goed zijn aangesloten. De witte en zwarte draden moeten aan beide uiteinden vastzitten. Controleer dan de positie van het uitstekende metalen stuk waar de draden verbonden zijn. Dit stuk moet een hoek van 45° maken met de bak om te voorkomen dat de ontstekingsvonk te kort is om bij de brander te komen.
Tot slot kan er zich ook vocht ophopen bij heel vochtig of regenachtig weer, waardoor uw ontstekingssysteem niet meer naar behoren zal werken. Om dit probleem te verhelpen, steekt u uw barbecue aan met een lucifer. De warmte zal de sonde opwarmen en zo het probleem oplossen.
U slaagt er evenmin in om uw barbecue aan te steken met een lucifer? In dat geval heeft u waarschijnlijk een probleem met de gastoevoer. Heeft u de branders onlangs schoongemaakt? Het is van het grootste belang dat de openingen van de branders niet verstopt raken. Bij een verstoorde gascirculatie zal het moeilijker worden om de barbecue aan te steken. Maak de openingen van de branders schoon met fijne staalwol. Deze reiniging moet deel uitmaken van het routineonderhoud.
Aquarium
-
Hoe groot mogen mijn aquariumvissen zijn?
De stelregel is dat een vis tien keer zijn eigen lengte moet kunnen zwemmen. Dus in een 60cm aquarium, kan maximaal een vis van 6cm lang. Als hier geen rekening mee gehouden wordt, kan een aquariumvis vergroeiingen krijgen. Ook gaat de tropische vis zich in deze situatie nooit natuurlijk gedragen wat jammer is. Het houden van een aquarium betekent ook dat je de verantwoordelijkheid hebt om te zorgen dat je vissen zo gelukkig mogelijk zijn.
-
Waar moet ik op letten bij het houden van Gourami's?
Zet liever geen 2 mannetjes bij elkaar zetten want dat kan nog wel eens problemen geven. Het is een rustige vis die je niet met agressieve vissen moet samenhouden, anders trekt hij zich terug in een hoekje en verliest zijn mooie kleuren. Ook niet met barbelen samenhouden vanwege het vinbijten.
-
Hoe moet ik Gourami's verzorgen?
De Gourami is vanwege zijn vreedzame, elegante karakter en de mooie kleurenpracht een ideale aquariumvis. In een groter aquarium zal de Gourami lang blijven leven en een natuurgetrouw gedrag gaan vertonen. De Gourami is een vis met een sterk eigen karakter en zal vaak zelfs scheidsrechter spelen als andere vissen ruzie maken.
Vanwege het labyrintorgaan, is het ook aangeraden om altijd een kap op het aquarium te hebben omdat de temperatuur van de lucht hetzelfde moet zijn als in het water. Anders kan de vis ziek worden.
Let erop dat je zeker bij de Diamantgourami niet te grote stukken (diepvries)voer geeft omdat Gourami’s vaak in verhouding een zeer kleine mond hebben en er zelfs eten in vast kan komen te zitten waarna de vis sterft.
Gourami’s zijn erg gevoelig voor bekschimmel. Ontdooi diepvriesvoer dus volledig voor het te geven om de kans te verkleinen. -
Hoe moet ik Platy's verzorgen?
De platy is erg populair. Het is een levendbarend visje en dit wil zeggen dat de jongen direct levend geboren worden. Hierdoor kan de Platy zich erg goed vermenigvuldigen. Ze stellen niet veel eisen aan een aquarium en willen eigenlijk alleen maar samen zijn. De platy is een visje dat altijd mooi is in al zijn variaties en wat een interessant gedrag heeft. Hieronder lees je meer over de verzorging van de Platy.
Het aquarium van de Platy
De platy kan in een hoge of een lage PH leven. Zolang de waterwaarden maar niet te extreem zijn. De minimale aquariumlengte is 40 centimeter omdat dit visje al snel 6cm groot wordt. De temperatuur moet rond de 25 graden zijn.De Platy leeft graag in een begroeide bak met wat zwemruimte. Stroming vinden ze erg leuk. Het is vooral een sociale vis.
Platy in een gezelschapsaquarium
De Platy kan gecombineerd worden met de meeste aquariumvissen en zal zich goed gedragen in een gezelschapsaquarium.
Platy en voer
De Platy is van nature een visje wat vooral veel algen eet. Ook in je bak kan de Platy zich tonen als echte algeneter. De zwarte draadalgen die door bijna geen andere vis gegeten worden, pakt de Platy gewoon aan!Zorg voor een gevarieerde voeding met vooral veel spirulina. Veel groenvoer dus microplankton en af en toe een tablet voor bodemvissen.
Platy en kweek
De Platy kweekt zichzelf praktisch. Zet echter wel meer dan 1 vrouwtje samen met 1 man. Anders worden de vrouwtjes steeds lastig gevallen. De platy kan je beter apart zetten voordat ze gaan bevallen omdat de mannetjes erg lastig kunnen gaan doen. Voer het vrouwtje vantevoren goed met bijvoorbeeld diepvriesvoer. Anders is er een kans dat ze na de zwangerschap sterft.De baby’s van de Platy zijn veel zwakker dan baby guppen en eten veel langzamer. Ze houden zich meer op de bodem op. Zorg voor een schone omgeving en geef enkel stofvoer. Babyplaty’s zullen anders niet eten als het voer te groot is! Zelfs fijnwrijven van gewoon voer kan soms nog te grof zijn.
-
Welke PH waarde moet mijn aquarium hebben voor mijn vissen?
Bij de beschrijving van iedere vissoort staat er meestal wel wat de ideale PH waarden zijn. Zachtwatersoorten gedijen het best in een zure PH. En Malawi’s hebben het liefst een zeer hoge PH. Soms is de PH zo hoog, dat er geen planten meer kunnen groeien. Als je dus vissen kiest, bekijk dan eerst de PH waarden van je kraanwater. Het is een heel gedoe om de PH steeds aan te passen in je aquarium. Kies dan ook verschillende vissen die ongeveer in dezelfde PH waarden optimaal gedijen.
Naar mijn ervaring is het altijd beter om een vis zich aan te laten passen aan jouw water dan je water aan gaan passen aan je vis. Een vis kan wel zeker ook levend blijven bij een lagere of iets hogere PH. Hij kan misschien iets sneller ziek worden. Let gewoon op en gebruik een beetje gezond verstand. Je gaat bijvoorbeeld nooit een Malawi in een bak met een PH van 6.3 gooien.
Verwacht geen goede plantengroei bij een hoge PH. Kies ook planten uit jouw PH klasse.
Op de aquariumafdeling kan je altijd vragen op welke PH de vissen momenteel zitten. Gedijen ze goed? Vergelijk de PH dan met die van je eigen aquarium en dit is ook de reden dat er goed opgelet moet worden bij het overzetten van een vis uit een zakje in je aquarium.
-
Wat is de PH waarde?
° PH beïnvloedt de hoeveelheid ammonium of nitriet in het aquariumwater.
° Bij een lage PH, komt er ammonium, bij een hogere PH, komt er eerder nitriet. Zo kunnen ze verklaren waarom een aquariaan soms het water perfect test tegen nitriet en de vissen toch doodgaan.
° In een gezelschapsaquarium is een PH tussen de 6.5 en 7.5 ideaal.
° Voor een goede plantengroei, is een iets lagere PH altijd beter.
° De hardheid en de PH hangen altijd samen. De PH heeft invloed op de wijze hoe calcium in het water voorkomt. -
Hoe start ik een Cichlide aquarium op?
° Spoel het aquarium grondig uit met water zonder zeep of andere chemicaliën.
° Zet het aquarium op de plaats waar het altijd zal blijven staan, een aquarium verplaatsen kan alleen als er minder dan 4 cm water in zit anders is het gevaarlijk vanwege de druk die op de siliconen komt en kan het aquarium kapot gaan. Zet een aquarium nooit dicht bij de verwarming en ook niet in de zon.
° Test altijd het kraanwater en als de PH te laag is voor de gewenste Cichliden soort, kan de PH verhoogd worden met koraalzand, maansteen of door middel van andere manieren.
° Kit grotere stenen het liefst vast met speciale aquarium siliconenkit.
° Gebruik fijn zand als bodembedekking: de meeste Cichliden graven graag. Voeg bodemmateriaal, grind, of stenen langzaam toe, gooi het niet in de bak anders kan het beschadigd raken.
° Vul het aquarium tot twee derde.
° Installeer het aquariumfilter zoals vermeld wordt op de verpakking.
° Hang het verwarmingselement op, kies het liefs een zo laag mogelijk wattage. Er kan zelfs gekozen worden voor twee verwarmingselementen met een zeer lage wattage. Dit om te voorkomen dat de vissen sterven als er een verwarmingselement blijft hangen. Een verwarmingselement kan gemakkelijk kapot gaan en niet meer afslaan op de juiste temperatuur.
° Let op dat de belichting niet te fel is bij een Cichliden aquarium, Cichliden kunnen zich anders moeilijk thuis voelen.
° Vul het aquarium verder maar niet helemaal tot aan de rand.
° Nu moet er minimaal twee weken gewacht worden voordat er Cichliden toegevoegd kunnen worden aan het aquarium. Belangrijk is dat de filter en het verwarmingselement tijdens die twee weken aan blijven.
° Koop dan de Cichlide die je wilt gaan houden. Bijvoorbeeld een mannetje en een vrouwtje.
° Begin met een paar vissen.
° Geef in het begin weinig voedsel. De nitricerende bacteriën moeten zich nog verder ontwikkelen.
° Bij de decoratie van het aquarium moet er rekening gehouden worden met de natuurlijke leefomstandigheden van de Cichlidensoort. Mbuna Cichliden leven bijvoorbeeld in rotsen en daarom is deze soort vis gelukkiger in een aquarium gevuld met stenen dan in een aquarium met een heleboel planten.
° Onderzoek welke planten geschikt zijn voor in het aquarium wat je hebt. Ook een plant heeft bepaalde waterwaarden nodig.
° Ververs eenmaal per week ongeveer 25% van het water. -
Welke materialen heb ik nodig voor een Cichlide aquarium?
Om een Cichliden aquarium op te starten is ten minste een bak van 80cm nodig. Voor een beginner is een groter aquarium geschikt omdat de waterwaardes daar veel stabieler blijven. In een groter aquarium hebben agressieve Cichliden ook meer ruimte en dan hebben de zwakkere Cichliden ook meer ruimte om de andere te ontwijken. Verder is er voor een Cichliden aquarium grind nodig, een verwarmingselement, een luchtpomp, een filter (sponsfilters zijn effectief in de wat kleinere bakken en er is bijna geen onderhoud aan); een kap voor over het aquarium (dit hoeft alleen maar om te voorkomen dat de Cichliden uit de bak kunnen springen); een thermometer en waterconditioner om kraanwater geschikt voor vissen te maken.
-
Hoe moet ik 'nieuwe' vissen aan mijn aquarium toevoegen?
Als je met je nieuwe vriendjes thuiskomt, kan je ze niet meteen in het aquarium gooien. De vissen moeten eerst geklimatiseerd worden.
Dat wil zeggen: de temperatuur en waterwaardes in het zakje moeten hetzelfde worden als in het aquarium. Hieronder staat de beste methode.
° Laat het zakje met vissen een half uur in het aquarium drijven.
° Hang nooit de bovenkant van het zakje over de rand van het aquarium want dan kunnen de vissen dood gaan.
° Vervolgens mag er een beetje water uit het aquarium in het zakje.
° De vissen mogen 20 minuten later met een netje gevangen worden en in het aquarium.
° Gooi het water uit het zakje altijd weg.
Het is een goed idee om het water te testen van het zakje. En zo te bekijken in hoeverre het verschilt van het aquariumwater. Bij vissen uit een goede winkel zal de ph waarde ongeveer hetzelfde zijn.
De eerste twee dagen beter niet voeren. Er is nog geen bacteriekringloop om de afvalstoffen af te breken. -
Hoe vaak moet ik mijn aquarium proper maken?
Als je eindelijk je aquarium hebt opgestart en je vissen zwemmen al enkele weken vrolijk rond, dan kan het er na en tijdje steeds vuiler uitziet. Een aquarium moet eenmaal per week onderhouden worden. Zorg voor een schema voor je aquarium onderhoud en ververs regelmatig je aquariumwater zodat de vissen gezond blijven en je vissenbak een lust voor het oog.
Het is belangrijk om te beseffen dat je niet iedere keer je hele aquarium hoeft leeg te halen om het schoon te maken. Meestal hoef je alleen een waterwissel van ongeveer 20 procent te doen. Af en toe eens met een vuil afhevelaar zoals een aquarium stofzuiger erdoor gaan. En regelmatig de algen van het glas afschrapen met een algenkrabber. Als je een groot algenprobleem hebt, dan is er iets niet in balans in je aquarium en zijn er grotere stappen nodig. -
Hoeveel vissen mogen in mijn aquarium?
De meest gebruikte regel met betrekking tot het aantal vissen dat je kan houden in een aquarium is 1 centimeter vis op 1 liter water. Het is belangrijk om dit uit te rekenen op basis van de volwassen grootte van de vis. De regel gaat ook niet altijd op want een vis die 20cm lang is, zal ook nooit gelukkig zijn in een bak van 20 liter.
-
Hebben vissen zuurstof nodig?
Zonder zuurstof gaan vissen dood. Zorg dus altijd voor een goede doorluchting van het water.
-
Hoe richt je een aquarium in voor een Gourami?
De Gourami houdt erg veel van drijfplantjes en van een dicht beplante bak. Het zijn erg rustige vissen die op een speciale manier met elkaar communiceren. Er kunnen meerdere soorten van de Gourami bij elkaar gehouden worden indien men oplet dat de bak groot genoeg is.
Gourami’s houden zich in alle waterlagen op. Ze zijn erg sterke vissen en kunnen verschillende waterwaarden aan en overleven ook in een zuurstofarme omgeving. Dit is te wijten aan het labyrintorgaan waarmee deze vis boven water kan ademen.
Tuinmeubelen
-
Hoe moet hardhouten tuinmeubelen onderhouden?
Hardhout vraagt weinig onderhoud. U moet wel regelmatig uw hardhout behandelen met hardhoutolie of met een hardhoutprotector. Op deze manier zullen uw hardhouten meubelen niet uitdrogen. De behandeling moet u twee keer per jaar doen.
-
Hoe moet ik rotan tuinmeubelen onderhouden?
Rotan kan uitdrogen. Dan wordt het breekbaar en dat is niet de bedoeling. Om uw rotan tuinmeubelen in topconditie te houden hoeft u slechts enkele keren de rotan tuinmeubels voorzichtig nat te maken. Het wordt echt afgeraden om chemicaliën of meubelolie te gebruiken. Na verloop van tijd zal de reeds aangebrachte laklaag afslijten. Om een nieuwe laag op de brengen kunt u het beste botenlak gebruiken.
-
Hoe moet ik rvs tuinmeubelen onderhouden?
En dit materiaal is het beste voor tuinmeubelen. Het kan normaal gesproken nooit roesten, heeft geen onderhoud nodig en heeft een superlange duurzaamheid. Toch kan zelfs rvs roesten door de volgende omstandigheden
-
In contact met grondwater. Daar zit namelijk ijzer is en kan roestvorming te weeg brengen.
-
In een zure of zoute omgeving. Bij zee of bij een zwembad waar chloor in zit.
-
Ook door in contact te komen met andere metalen die wél kunnen gaan roesten. Voor het schoonmaken volstaat zachte zeep met lauw water.
-
-
Hoe moet ik rieten tuinmeubelen onderhouden?
Regelmatig afstoffen en schoonmaken met zachte zeep en lauw water.
-
Hoe moet ik bamboe tuinmeubelen onderhouden?
Aangeraden wordt om bamboe tuinmeubelen in de winter binnen te zetten. Dan gaan deze langer mee. Ook een keer in de olie zetten is goed voor bamboe. Bamboe tuinmeubelen zijn al gelakt. Deze laag zal er langzaam afslijten. Om een nieuwe laag op te brengen kunt u het beste botenlak gebruiken.
-
Hoe moet ik plastiek tuinmeubelen onderhouden?
Zet uw plastic (plastiek) tuinmeubels binnen na de zomerperiode. Reinigen doet u het beste met zachte zeep en lauw water. U kunt hierbij een zachte borstel gebruiken.
-
Hoe moet ik kunststof tuinmeubelen onderhouden?
En dit materiaal wordt heel veel gebruikt om tuinmeubels te maken. Dat heeft in het bijzonder te maken omdat kunststof erg onderhoudsarm is. U hoeft in principe kunststof tuinmeubelen nooit binnen te zetten. Wanneer de zomer voorbij is, kunt u uw kunststof tuinmeubelen afdekken met speciale hoezen.
-
Hoe moet ik aluminium tuinmeubelen onderhouden?
En dit materiaal is wel erg onderhoudsvriendelijk! Reinigen doet u met een schoonmaakmiddel dat geen krassen veroorzaakt. Met een polish brengt u er een beschermlaag op en dat is tegelijk vuilafstotend. Dit materiaal, aluminium, wordt veel gebruikt omdat het zo licht is en erg sterk.
Tuinplanten
-
Mijn bamboe woekert door de hele tuin! Wat kan ik hieraan doen?
Bamboes die kris kras door de tuin de kop opsteken worden al gauw als woekeraars bestempeld. Toch is dat bij de meeste bamboes de natuurlijke groei. Als je kijkt naar de wortelgroei, dan kun je twee typen bamboes onderscheiden: Polvormende soorten (pachymorfe) en soorten met worteluitlopers (leptomorfe). Van polvormende bamboes heb je nauwelijks last, want deze breiden zich evenwijdig aan de pol uit. Soorten met worteluitlopers zijn de wildgroeiers. Het afknippen van de uitlopers helpt maar tijdelijk en zorgt zelfs voor vertakkingen van het wortelgestel.Je kunt het beste de bamboe ondergronds omheinen met wortelgeleidingsplaten-, schermen of doeken. Deze producten staan bekend onder de naam wortel- of rhizoombegrenzer. Ze zorgen ervoor dat de wortels meer verticaal gaan groeien. Je kunt dus het best de bamboe volledig uitgraven en alle wortels verwijderen. Vervolgens plant je nieuwe bamboe met voldoende wortelbegrenzer.
-
Hoe maak ik een hanging basket (lente/zomer)?
Een ronde mand (hanging basket) kan worden opgehangen aan een pergola of schutting, maar past ook prima op het balkon. Bij de traditionele hanging basket worden meerdere lagen planten boven elkaar ‘gestapeld’.
Stap 1:
Haal de benodigde spullen in huis: de gewenste mand, balkon- of muurhaken, veenmos (Sphagnum) die goed vochtig aanvoelt of cocosinlegvel, hanging basketgrond (droogt minder snel uit dan potgrond), klei-korrels, Osmocote meststoftabletten en natuurlijk de gewenste planten.
Stap 2:
Gebruik als basis een mooie bladplant als Helichrysum petiolare, klimop (Hedera helix), Dichondra, penningkruid (Lysimachia nummularia), bonenkruid (Satureja hortensia) of hondsdraf (Glechoma). In kleurige eenjarigen is een enorme keus, onder andere Lobelia, Surfinia, Petunia, Heliotropium, Scaevola, geranium (Pelargonium), klokjesbloem (Campanula), ijzerhard (Verbena) en, goed voor plekken met minder zon, vlijtig liesje (Impatiens).
TIP: In plaats van deze uitbundige zomerbloeiers kan ook voor aardbeien, trostomaatjes of kruiden worden gekozen. Zo wordt de hanging basket een minimoestuin.
Stap 3:
Hangmanden hebben elke dag water nodig. Op warme of winderige dagen soms zelfs tweemaal per dag. Meng eerst de kleikorrels door de hanging basketgrond om het water langer vast te houden.
Stap 4:
Zet een ronde mand op een grote bloempot of emmer. Breng langs de binnenkant van de mand een laag veenmos (Spaghnum) van 3 tot 5 cm aan. Druk die stevig aan en leg daarop een dikke laag hanging basketgrond.
Stap 5:
Dompel de kluiten van de planten in een emmer met water tot er geen luchtbellen meer omhoog komen. Haal de kluiten voorzichtig een beetje uit elkaar.
Stap 6:
Plant de eerste laag planten, schuin naar beneden en met de wortels in de grond, goed verdeeld over de hele mand. Werk van buiten naar binnen door de spijlen.
Stap 7:
Leg weer een laag veenmos over de kluiten en langs de rand en druk stevig aan. Hierover weer een laag hanging basketgrond.
Stap 8:
Plant de tweede laag plantjes op dezelfde wijze en druk dan de Osmocote meststoftabletten in de grond. Kijk op de gebruiksaanwijzing voor de hoeveelheid. Dan weer een laag veenmos over de kluiten en langs de rand, en weer stevig aandrukken.
Stap 9:
Eventueel een derde laag planten aanbrengen (zie stap 7). Werk de bovenkant af met planten en veenmos. Vul de hanging basket niet tot de rand maar blijf er ongeveer 5cm onder, anders stroomt de mand over bij het begieten of bij een stevige regenbui. -
Wie of wat zijn de IJsheiligen?
De IJsheiligen zijn een jaarlijks terugkerende periode van 11 tot 14 mei. In de volksweerkunde betekenen de IJsheiligen traditioneel het einde van de kans op schadelijke nachtvorst. De laatst mogelijke vorstdagen dus.
° 11 mei: Mamertus
° 12 mei: Pancratius
° 13 mei: Servatius
° 14 mei: Bonifatius
Nu statisch gezien de vorstdagen voorbij zijn, kan u volop aan de slag met éénjarigen en terrasplanten. -
Ik heb een klein kweekkasje in de tuin. Wat kan ik er in de winter in zetten?
Veel mensen hebben een kleine (koude) hobbykas in de tuin. Vaak zie je in die kas een kleine kweekbak met grondverwarming. Sommige zaadjes moeten eerst kiemen en hebben daarvoor een iets hogere temperatuur nodig. Vandaar de verwarmde kweekbak. In december zijn er niet ontzettend veel groenten die je kunt zaaien. Veel zaadjes en kleine plantjes kunnen namelijk niet tegen vorst. Spinazie, veldsla, peterselie, wortelen en kervel kun je zonder te laten kiemen in de grond zaaien, onder glas. Wacht daar nog eventjes mee tot januari-februari. Bloemkool, ijsbergsla, erwten, peulen en andijvie kun je half januari alvast opkweken. De jonge plantjes kunnen na de vorstperiode de grond in. Als je geen kweekbak in de kas hebt, kun je de zaadjes ook opkweken in kweekpotjes binnen. Nog een alternatief is om de jonge plantjes te kopen in plaats van zaden.
-
Hoe lang duurt het voor mijn haag is dichtgegroeid?
3 à 4 jaar (afhankelijk van de grondsoort kan dit wat korter of langer zijn. Op leemgrond groeien de meeste planten sneller dan op zandgrond.)
-
Wanneer kan ik het beste de hortensia's snoeien?
Als je een hortensia gaat snoeien, moet je bepalen wat voor soort het is. De Hydrangea macrophylla, oftewel gewone hortensia, heeft een bolvormige of platte bloeiwijze en kun je in het voorjaar, na maart, snoeien. De soorten met de platte schermen hoeven niet of weinig gesnoeid te worden.
De hortensia's met de bolvormige bloemen vragen meer aandacht. In augustus vormen zich aanzetten voor de bloemen van volgend jaar. Hortensia bloeit op hout van het voorgaande jaar. Als je de takken dus tot aan de grond afknipt, verwijder je ook de nieuwe knoppen en heb je het jaar daarop geen bloemen. Ieder voorjaar kun je eenderde van de oudste takken, van drie jaar en ouder, tot aan vijf centimeter boven de grond wegsnoeien. Oude takken herken je aan de bruine kleur. Zwakke, dunne scheuten kun je ook wegsnoeien. Zo dun je de struik uit, hou je hem jong en heb je toch takken met nieuwe bloemen. Knip de uitgebloeide bloemen van de overgebleven takken pas in het late voorjaar tot net boven een nieuwe bloemknop af. Zo worden de jonge scheuten beschermd tegen vorst.
Je kunt ook de wortels van de hortensia verkleinen. Deze bepalen grotendeels de groei van de plant. Snij je de wortels van de hortensia af of verklein je ze, dan hou je de groei van de plant onder controle. Dit kun je het beste in het voorjaar doen. Steek de wortels van de plant rondom af met een schep.
De Hydrangea Paniculata en en Hydrangea Annabelle bloeien op nieuw hout. Ze bloeien steevast elk jaar, hoe je ze ook behandelt. De enige periode waarin je deze hortensia's niet kunt snoeien is het voorjaar. Dan bereiden ze zich voor op de bloei. Deze soorten worden vaak gebruikt voor hagen. Je kunt ze vrij drastisch snoeien en dan zul je zien dat ze het volgende jaar weer prachtig zijn.
-
Hoe en wanneer moet ik rozen snoeien?
Rozen worden naar hun groei- en bloeivorm in verschillende groepen verdeeld en de planten uit iedere groep worden weer net iets anders behandeld. Je moet dus weten met wat voor soort roos je in jouw tuin te maken hebt, voordat je gaat snoeien. Hier lees je meer over snoeien per rozengroep.
Gebruik alleen een scherpe snoeischaar waarmee je een mooie scherpe snede kunt maken. Snoei altijd schuin boven een knop of oog; schuin naar boven in de richting van de knop.
Eén van de redenen waarom snoei zo belangrijk is, is dat vooral veel schimmelsporen, maar ook andere aantasters op de takken overwinteren. Haal je die dus voor een groot deel weg, dan verwijder je ook die aantasters voor het merendeel. Dat helpt de planten gezond te houden. Snoei ook altijd ingestorven en dode takdelen weg tot in het gezonde deel. -
De bloesem van mijn kers wordt bruin en gaat dood. Hoe komt dat?
Bij bloesemsterfte of bloesemmonilia sterven de bloemetjes af en worden deze inderdaad helemaal bruin. De twijgen sterven helemaal af en geven geen opbrengst meer. Twijgen die vorig jaar werden geïnfecteerd, zijn vrijwel helemaal kaal. De moniliaschimmel heeft bij het begin van de bloei de infectie veroorzaakt. Daarom bescherm je de bloei preventief vanaf het witte knopstadium met Baycor 25 WP (dus voor de bloemen open staan!). Herhaal de behandeling nog eens bij volle bloei. Ook pruimelaars en sierkersen kunnen aangetast worden. Indien deze behandelingen niet werden uitgevoerd en de twijgen helemaal bruin zien, dan moeten deze worden weggesnoeid. Het best nog 40 à 50 cm verder dan de infectie zichtbaar is.
-
Wanneer is een appel rijp?
Een appel is plukrijp als hij gemakkelijk van de boom loskomt en het steeltje aan de vrucht blijft zitten. Bewaarfruit rijpt na tijdens de opslag. Behandel rijpe vruchten even voorzichtig als eieren, zij kneuzen gemakkelijk. Leg ze in een korf of kist met zachte bedekking.
-
Moet ik mijn haag snoeien na het planten?
Met uitzondering van de beuk (Fagus sylvatica) is het goed om alle planten te snoeien bij het planten. Hierdoor wordt de haag of struik compact en vol. Het snoeien mag zelfs fors gebeuren, bijvoorbeeld tot in de helft van de twijgen. Zo wordt het evenwicht tussen de bovengrondse plant (blad oppervlakte) en het beschadigde wortelstel hersteld, waardoor de plant sneller zal groeien. Vandaar de uitdrukking "snoeien is groeien".
De planten die wij verkopen zijn haagplanten en worden meestal gebruikt als struik of haag. Wil je er een boom van maken (op een stam) dan snoei je enkel de zijtakken af en niet de top van de plant. -
Hoe moet ik planten met blote wortels planten?
Veiligheidshalve is het aan te raden om de naakte wortels eventjes onder te dompelen in water alvorens te planten (bij voorkeur regenwater). Eventueel beschadigde wortels of gebroken takken worden bijgeknipt. Vul de put of gleuf op voor één derde. Meng wat speciale potgrond voor beplanting onder de bestaande grond. Aan het plantgoed kan je zien hoe diep de plant op de kwekerij stond, op hun nieuwe plaats moeten ze even diep staan. Zorg ervoor dat de grond goed verkruimeld tussen de wortels terecht komt. Schud dan even met de plant zodat de aarde goed tussen de wortels valt. Vul daarna het plantgat geleidelijk aan en druk met de voet (niet stampen) de aarde aan.
Bij extreme droogte is het aan te bevelen om water te geven. (overdrijf niet!) -
Wij zijn op zoek naar een haag of boom om in een paardenwei te planten. Welke soorten zijn giftig voor het paard?
Taxus, Liguster, Kardinaalsmuts, Lijsterbes en Inheemse vogelkers zijn giftig voor paarden. Zelfs de Beuk, Gelderse roos en de Zomereik zouden giftig zijn indien je paard er grote hoeveelheden van eet.
-
Ik wil een haag van 2 meter hoog, hoe doe je dat?
De hoogte van je haag bepaal je door te snoeien. Onze haagplanten kan je zowel voor een haag van 1 m tot een haag van 2 m en zelfs nog hoger gebruiken. Het is het toppen (bovenkant snoeien) van je haag die bepaalt hoe hoog je haag wordt.
-
Hoe verkrijg ik de 'perfecte' buxus?
- Geef de buxus twee keer per jaar mest. Doe dit eind februari en in juni. Wees gul, want de buxus is een echte veelvraat.
- Geef geen mest meer na juli, want dan bevriest de buxus. De boom blijft dan doorgroeien en maakt dan nieuwe groene takken aan. Die kunnen niet tegen vorst en sterven af zodra het gaat vriezen.
- Voor een dichte haag kan je de buxus het beste in mei en september snoeien. Dus twee keer per jaar. Knip de bovenkant altijd smaller dan de onderkant. Zo kan er overal zonlicht komen.
- Om snel het blad weer groen te krijgen kun je het beste 1 gram bitterzout met 1 liter water mengen en over de buxus heen gieten. Bitterzout verhelpt het tekort aan magnesium en zwavel. Magnesium speelt namelijk een belanrijke rol bij het aanmaken van bladgroen.
- Geef niet teveel water, want de buxus houdt van droge grond.
-
Wat is het verschil tussen haagbeuk en beuk?
Beukbladeren hebben een gladde rand, worden in de winter bruin maar blijven hangen. Een beuk komt laat in blad in het voorjaar. Een beukenhaag is in de aanvangsjaren gevoelig voor wolluis, dit is echter zelden schadelijk voor de plant, en het verdient zelfs de voorkeur om niets te doen. Door niets te doen worden de planten sterker en zullen de wolluizen na enkele jaren verdwijnen. Bladeren van de haagbeuk zijn gezaagd. Slechts een deel van de bladeren blijft hangen in de winter. Een haagbeuk komt vroeg in het voorjaar in blad en heeft zelden last van ziektes.
-
Wat als ik planten met blote wortels niet meteen kan planten?
Kan je de planten niet onmiddellijk planten, dan kan je ze inkuilen (ingraven in een greppel) op een beschutte plaats. Door de wortels onder de grond te stoppen wordt uitdrogen voorkomen.
-
Wanneer moet ik planten met blote wortel planten?
De beste plantperiode voor het planten met blote wortel is november - maart. De planten hebben nog enkele maanden tijd om zich goed te "zetten" voor de sapstroom die in het voorjaar op gang komt. Het ideale plantweer is zacht en vochtig weer. Bij extreme vorst kan men niet planten. Ook wanneer er een schrale wind staat, moet je oppassen dat de wortels niet uitdrogen.
-
Mag ik mijn haag op de scheiding met mijn buren planten?
Volgens de wet moet een geschoren haag op minstens een halve meter van de scheidingslijn geplant worden. De hoogte is wettelijk vastgelegd op 1m80. Bij een akkoord met de buren kan een haag op de scheidingslijn geplant worden. In dit geval onderhoud je buur 1 kant van de haag en jij de andere. Hoogstambomen moeten op 2m van de scheidingslijn geplant worden. Voor alle veiligheid kan je contact opnemen met de dienst stedenbouw van je gemeente; voorschriften kunnen verschillen van gemeente tot gemeente.
-
Hoe vervoer ik planten met blote (naakte) wortels?
Het is heel belangrijk dat je ten alle tijde vermijdt dat de wortels uitdrogen. Probeer daarom de planten in een gesloten auto te vervoeren. Kom je met een aanhangwagen, zorg dan voor een stuk plastiek of doek waar je de wortels mee kan afdekken. Ook wanneer je ze slechts over een korte afstand moet vervoeren.
-
Ik heb in de tuin Lavendel staan. De plant staat in een grote pot en doet het geweldig. Maar wanneer moet ik gaan snoeien?
Het fatsoeneren van je Lavendel gebeurt in twee fasen. In augustus tot oktober knip je de uitgebloeide bloemen weg. Dit knippen doet niets bijzonders voor je plant. Je knipt de bruine bloemaren weg om de plant een mooier uiterlijk te geven. Het is dus niet noodzakelijk. Als je toch gaat knippen, doe het dan nooit rigoureus. Anders zou je de plant kwetsbaar maken voor strenge vorst. Een stengel kan namelijk invriezen. Als alleen het groengrijze deel is ingevroren, overleeft je plant het wel. Heb je dit jonge deel er al af geknipt, dan vriest het houtige deel in. En dan is je plant rijp voor de composthoop. Het échte snoeiwerk vindt plaats in het voorjaar, na de vorst. Je ziet nu heel goed welke delen in de winter zijn afgestorven. Is de plant bossig geworden en zie je veel dood hout, dan mag je de scheuten tot zo'n 15cm boven de grond terug snoeien. Dit zorgt voor een rijkere bloei en je houdt de plantvorm in bedwang. Je kunt er ook voor kiezen om de Lavendel in een bol te knippen.
-
Wanneer kan ik bomen planten?
Een boompje planten in de tuin. Het lijkt eenvoudig, maar er komt toch nog wat bij kijken. Zelfs een boom van een kerel kan daardofor soms door de bomen het bos niet meer zien. Hier daarom een korte handleiding als ondersteuning voor natuurliefhebbers bij het planten van een boom.
Wanneer?
Het beste tijdstip om een boom te planten is in het najaar. De bomen zijn dan in rust en hierdoor stoor je het natuurlijke proces niet. Ook in het voorjaar kunnen bomen geplant worden, maar het nadeel daarvan is dat je direct na het planten het risico loopt op warm en droog weer. In de zomer planten kan alleen met bomen die op jonge leeftijd in een pot zijn gezet en daarin blijven groeien totdat ze geplant worden.
Waarin?
De meeste tuinen hebben een goede grond om een boom in te planten omdat iedere tuin vaak wel een natuurlijke cyclus heeft. Toch raden wij om een bodemverbeterende potgrond mee in het plantgat te mengen.
Graven
Vervolgens is het een kwestie van graven. Het plantgat moet ruim zijn zodat de wortels niet knikken of draaien als je ze in het plantgat plaatst. Graaf niet te diep want dan loop je de kans dat het boomgat tot op het grondwater komt. Het gat loopt dan vol met water en daardoor verrotten de wortel. Graaf het gat minimaal 20 centimeter groter dan de breedte van de wortelkluit.
Het echte werk
De boom planten! Als je een jonge boom plant, moet er ter ondersteuning en bescherming een boompaal naast de boom geplaatst worden. Dus:
- Plaats de boompaal ongeveer 20 centimeter in de vaste grond.
- Een boom moet altijd van de boompaal afwaaien. Waait de boom te vaak tegen de boompaal, dan ontstaan er wonden die ziektes kunnen veroorzaken. ° Vul de bodem van het plantgat met ongeveer 20 centimeter losse grond
- Plaats de boom in het plantgat op zo’n manier dat de bovenkant van de kluit gelijk is of hoger dan het maaiveld. Plant niet te diep want dan gaat de boom dood.
- Vul het plantgat op tot halverwege de hoogte van de wortelkluit en druk de grond aan.
- Licht de boom dan iets op en druk de grond opnieuw aan.
- Plaats een tweede boompaal naast de boom.
- Bind de boom vast met boomband en boompalen.
- Geeft de boom vervolgens water. Er zitten meestal nog wat open plekken in het boomgat en door het water geven, sluit de grond om de wortels. Vul dan het gat weer aan met grond.
- Als na een aantal jaren de boom stevig genoeg lijkt, kunnen de boompalen nog steeds blijven staan. Ze kunnen geen kwaad.
Aandacht en...liefde
Het is nu aan de boom zelf om te groeien. Maar daar is wel het nodige onderhoud van de eigenaar voor nodig. Zo moeten de beschadigde takken uit de boom gesnoeid worden. En zoals niemand kan ook een boom niet zonder een beetje liefde.
Meststoffen
-
Waarom moet ik mijn tuin bemesten?
In een tuin wordt geknipt, gesnoeid, gemaaid, blad geruimd enz. Al dat materiaal wordt op de een of andere manier afgevoerd. In de natuur zou dat op de bodem terechtkomen en daar door het bodemleven worden afgebroken. Het wordt dan omgezet in stoffen die weer door planten kunnen worden opgenomen. In de tuin gebeurt dat veel minder. Wij verwijderen dus voortdurend groei- en voedingsstoffen uit de tuin die de planten eigenlijk hard nodig hebben. Om de planten gezond te laten groeien, moet het tekort dat zo kan ontstaan door ons worden aangevuld. Dat gebeurt door de planten nieuwe voedingsstoffen in een andere vorm te geven op de momenten dat ze daar het meest behoefte aan hebben. Of we zorgen dat ze uit een voedselvoorraadje kunnen putten. In de meeste gevallen bemesten we de grond en niet direct de plant. De planten halen hun voedsel dan weer uit de grond. Het gaat er dus om de grond voldoende voedselrijk en gezond te houden. Dat kan op verschillende manieren en met verschillend samengestelde stoffen. Want iedere plant haalt zijn eigen specifieke pakketje voedingsstoffen uit de bodem. Planten halen meststoffen in water opgelost uit de bodem. Ze kunnen dus alleen maar ‘eten’ als de wortels ook tegelijk water kunnen opnemen. Planten eten dus altijd ‘soep’. Een droge mestkorrel gaat er niet in!
-
Hoe maak ik mijn eigen composthoop?
Januari en februari zijn ideale maanden om tuin voorbereidingen te treffen. En dan begin je natuurlijk bij het begin: de bodem. Deze zorgt voor voldoende voedingsstoffen om planten te laten groeien. Een gezonde bodem bestaat uit ronde deeltjes, water, lucht, humus, schimmels, bacteriën, wormen en insecten. Aan het eind van de winter kan de tuin wel wat voedingsstoffen gebruiken. Door humus toe te voegen verrijk je de bodem. Een milieuvriendelijke en goedkope manier daarvoor is compost. Maak daarom je eigen composthoop en begin nu met de voorbereiding daarvan! Verzamel keuken- en tuinafval. In een composthoop kan in principe elk organisch materiaal worden verwerkt. Maar op iedere regel zijn uitzonderingen en daarom noemen wij ze nog even: gekookte etensresten, aardappelschillen, stof uit de stofzuiger, kattenbakvulling, papier, sinaasappelschillen en chemisch bemiddelde producten horen NIET thuis in een composthoop. Verder kun je naar hartelust recyclen. Maak nu alvast een plaatsje in de tuin vrij maar begin in maart/april pas met de daadwerkelijke composthoop. Tuin- en keukenafval verwerk je in verschillende lagen van ongeveer 5 centimeter. Kies bijvoorbeeld voor de volgende lagen: kleingemaakte takken; vers groen tuinafval; keukenafval; kleingemaakte en natte loof en stengels; hooi; gras en bladeren. Om de vertering te versnellen strooi je wat landbouwkalk over elke afvallaag. Dek de hoop daarna af met stro, gras of jutezakken om uitdroging tegen te gaan. In een composthoop stijgt de temperatuur tot wel 60 of 70 graden Celsius. Ziekten worden hierdoor gedood. Na drie maanden is de temperatuur weer gedaald en kun je hem omzetten (omkeren). Dit moet iedere drie maanden gebeuren. Zo krijgen de bacteriën die zorgen voor de vertering voldoende zuurstof. Beginnen met een eigen composthoop kost behoorlijk wat voorbereiding en werk. Maar daarna is het een kwestie van bijhouden. En van een goede composthoop heb je lange tijd plezier. Tja, een beter (en goedkoper) milieu begint nog altijd bij jezelf. Succes!
-
Welke soorten mest zijn er?
Organische mest
Dit is natuurlijke mest op basis van dierlijke en plantaardige afvalstoffen. Deze groep meststoffen verbetert (verrijkt) de grond met humusvormende deeltjes en bevat voedingsstoffen die langzaam worden afgegeven. Bekende mestsoorten uit deze groep zijn stalmest, beendermeel, bloedmeel, vismeel, gedroogde koemestkorrels of koemest in droge poedervorm, compost enz. Het gehalte aan de belangrijkste groeistoffen kan sterk wisselen en is niet nauwkeurig te bepalen. Uit de organische stof ontstaat dan de humus in de bovenste grondlaag. Dat is een heel bijzondere stof, eigenlijk het belangrijkste deel van de levende ‘deken’ op de bodem. Humus houdt voedingsstoffen en vocht heel goed vast en staat dat aan de planten af als ze het nodig hebben.
Kunstmest of (beter) minerale mest
Dit is een groep meststoffen die meestal chemisch wordt vervaardigd. Daardoor is het gehalte aan voedingsstoffen nauwkeurig bepaald. Dat is bovendien veel hoger dan in organische mest. Met kunstmest geef je een echte groeistoot aan de planten en hef je eventuele tekorten razendsnel op. Maar kunstmest verbetert de bodem niet omdat er geen organische restmaterialen in zitten.
Spoorelementen
Dit zijn stoffen waarvan de planten maar kleine beetjes nodig hebben, maar helemaal zonder kunnen ze ook niet. Organische mest is rijk aan spoorelementen, aan minerale mest worden ze soms toegevoegd. Het gaat dan om stoffen als ijzer, koper, mangaan, magnesium, borium enz. In een gezonde bodem komen al die stoffen van nature voor.
Verschillende mestsoorten voor speciale plantengroepen
Behalve de algemene, universele meststoffen, hebben de fabrikanten allerlei speciale meststoffen ontwikkeld die helemaal zijn afgestemd op de specifieke behoeften van bepaalde groepen planten. Die bevatten alles wat die planten nodig hebben, ook veel spoorelementen. Er zijn zulke speciale meststoffen voor o.a. rozen, kuipplanten, buxus en andere groenblijvende planten, groenten en kruiden, hortensia’s en rododendrons (er is zelfs speciaal ‘hortendia blauw’ dat de roze geworden bloemen van hortensia’s weer blauw kleurt). Verder snelwerkende coniferenmest (soms met bitterzout dat bruinkleuring tegengaat), speciale petuniamest, geraniummest enz. Als u deze mestsoorten aan de planten geeft waar ze voor bedoeld zijn, weet u zeker dat ze het niet beter kunnen hebben.
Kalk
Kalk is een heel belangrijke bodemverbeteraar, behalve bij planten die van zure grond houden. Kalk zorgt er namelijk ook voor dat de grond minder zuur wordt, waardoor bijvoorbeeld mos verdwijnt. Kalk moet in de winter worden gestrooid. Dat geldt vooral voor de veelgebruikte landbouwkalk of Thomasslakkenmeel. Deze kalksoorten worden langzaam door de bodem opgenomen, maar een soort als zeewierkalk werkt anders. Die soort is direct oplosbaar. U kunt het gerust in maart nog bij de planten strooien. 5 kg kalk is genoeg voor 125 m2 oppervlak in border, moestuin of gazon.
Langwerkende meststoffen
Er zijn ook gecoate tabletten, pillen en capsules met meststof die hun voedingsstoffen heel langzaam afgeven. Als het warmer is wordt er meer afgegeven dan wanneer het koud is, dus meer als de planten ook meer voeding nodig hebben. Een ideaal systeem, vooral bij planten die in potten, bakken en kuipen staan. Stop zo’n mestpil bij de wortels van iedere plant in de grond en de planten hebben het hele groeiseizoen voldoende voeding.
Bestrijdingsmiddelen
-
Wat moet je doen om de kat van de buren uit je tuin te houden?
Zet veel planten in je tuin, zodat de bodem volledig dicht groeit. Zo is er geen plaats meer om de grond om te woelen. Bodembedekkers maken de tuin voor katten een stuk onaantrekkelijker. Plaats door katten geliefde planten in een hoek van de tuin. Zoals: Nepeta cataria (wild kattenkruid), Teucrium marum (gamander), (sier)haver of een ander laag zacht gras, pollen Alyssum (schildzaad), Dianthus deltoides (steenanjer), Sagina (vetmuur), het zogenaamde kattengras. De poezen zullen dan alleen in de hoek van hun lievelingsplanten verblijven en laten de rest van de tuin met rust. Je kan ook planten in de tuin plaatsen waar katten een hekel aan hebben waardoor ze weg blijven uit je tuin. Denk aan: Geranium macrorrhizum (ooievaarsbek), Dictamnus (vuurwerkplant), Aloysia triphylla (citroenverbena). Stekelige planten ziet de kat ook niet zitten. Zet ze op plaatsen waar de kat de tuin binnenkomt. Zorg wel dat de kat er niet zomaar overheen kan springen.
Weg met keukenhulp
Peper strooien op de plaats waar de katten het te bont maken. Citroenschillen tussen de planten leggen. Strooien van koffiedik. Deze stinkende koffiegruis gaat aan de pootjes kleven en in de vacht van de kat zitten. Bij het schoonlikken zullen ze hier niet zo blij mee zijn. Of ... Hertshoornolie op een aantal takken smeren of ze erin dopen. Het stinkt vreselijk. De takken steek je hier en daar in de grond en de katten blijven weg. Hersthoornolie kun je halen bij de apotheek. Cacaodopjes helpen goed als bescherming tegen het gebruik van de tuin als kattenbak. De cacaodoppen zullen de katten echter niet verjagen. Ze vinden het wel minder aangenaam om erop te lopen. Je kunt zakken cacaodoppen kopen bij tuincentra of een doe-het-zelf-winkel. Na een regenbui vormen de cacaodoppen een soort van korst op de bodem. Het heeft dan de volgende eigenschappen: graaft niet lekker voor katten, houdt vocht vast, onkruid komt er moeilijk doorheen en het geeft voedingsstoffen aan de bodem / planten.
-
Ik heb veel problemen met ziektes in mijn tomaten. Kunt u mij juist vertellen hoe ik deze moet behandelen en met welk product?
Als uw tomaten buiten staan, heeft u wellicht te maken met tomatenphytophtora. Dit kunt u voorkomen door begin juni de tomatenplanten te bespuiten met Cupravit Forte. U voorkomt daardoor ook bladvlekkenziekte.
-
Is er een manier om konijnen weg te houden bij het gras en welke planten worden niet opgegeten door konijnen?
Konijnen zijn vooral 's nachts actief. Omdat ze in groepjes leven en holen graven, kunnen ze inderdaad wel wat schade aan de tuin aanrichten. Een manier om konijnen buiten de tuin te houden, is om een afrastering om de tuin heen te zetten. Door planten in de tuin te zetten die konijnen niet lekker vinden, kun je deze knagers ook uit de tuin weren. Konijnen eten, afhankelijk van de tijd van het jaar, gras, takken, wortels en schors. Er zijn tal van planten, bomen en struiken waar konijnen niet van houden. Wat ze niet lekker vinden zijn bittere, doornige en harige planten. Enkele bomen die ze niet lekker vinden: berk, gouden regen, paardenkastanje, vlinderstruik, sering, tulpenboom, blauwspar en rhododendron. Struiken: buxus, olijfwilg, hortensia, struikmargriet, bessenstruiken, jasmijn en skimmia. Vaste planten: vrouwenmantel, kattenkruid, dahlia, ridderspoor, vingerhoedskruid, geranium, kogeldistel, latyrus, lavendel, kaasjeskruid, salie, varens, trompetbloem en clematis. Kruiden: dragon, munt, basilicum, oregano, peterselie en bonenkruid.
-
Ik heb last van een mol! Hoe kom ik er van af?
Mollen leven alleen, tenzij ze jongen hebben. Er is een stelsel van oppervlakkige gangen, ook wel jaaggangen of ritten genoemd en een stelsel van diepere gangen. Bij de oppervlakkige gangen wordt de grond meestal wat omhoog gedrukt, bij de diepere gangen wordt de grond naar boven gewerkt en ontstaan hopen. De doorsnede van een gang is 4-5 cm. Bij het graven van het gangenstelsel wordt regelmatig grond omhoog geduwd. Dat zijn de molshopen. Een molshoop dient als luchttoevoer voor de gangen. De oppervlakte van een territorium is ca. 400m². De verblijfsgangen en holtes waar voedselvoorraden worden aangelegd, waar wordt geslapen en waar het nest wordt gemaakt, beslaan een lengte van ongeveer 150m. Een goede aanwijzing is het gedrag van merels en lijsters. Als ze op 1 plaats bezig zijn en veel wormen pakken dan weet je dat de mol daar actief is, want door het lopen van de mol vluchten de wormen naar de oppervlakte.
Mollen verjagen
Methode 1: Trillingen
Hiervoor zijn apparaten verkrijgbaar die op een batterij of op een zonnepaneeltje werken.
Methode 2: Geluid
- Een ijzeren paal in een rit steken, waarop je regelmatig moet kloppen. Aan zo'n paal kan je bovenaan ook een metalen plaatje bevestigen, dat door de wind tegen de paal wordt geslagen. Dan hoef je zelf niet meer te kloppen.
- Graaf een fles waaruit de bodem verwijderd is in de mollengang, de open fles brengt een fluittoon voort door de wind.
Methode 3: Geur
- Strooi uien of knoflooksnippers in de gangen. Door de stank worden de mollen verjaagd.
- Stop een in terpentijn, ammonia of petroleum gedrenkte doek in de mollengang.
- Plant keizerskronen (Fritillaria imperialis). Een 80 tot 100 centimeter hoge plant uit de leliefamilie. Deze bloembollen verspreiden een bepaalde stank. Plant een groepje om de acht meter.
- Kruisbladwolfsmelk (Euphorbia lathyris) planten. Het is een kruidachtige tweejarige plant die 80 tot 150 cm hoog groeit. De geur van de wortels houdt de mol op afstand. Gebruik zes tot tien planten per are. Het melksap (latex) bevat petroleumachtige verbindingen. Let op: alle wolfsmelksoorten zijn giftige planten.
- Stop mottenballen (kamferballen) in de rit en maak die daarna weer luchtdicht. Door de geur gaat de mol er vandoor.
Methode 4: Uitroken
Gebruik mollenpatronen (zwavel-rookbommen). Zorg ervoor dat alle mollengangen goed zijn afgesloten en steek daarna een patroon aan en stop die in een gang. De rook verspreidt zich in de gangen en verjaagt de mol. Succes is helaas niet gegarandeerd, want elke mol reageert anders. Probeer dus meerdere methodes. Je kan deze tips ook gebruiken om woelratten te verjagen.
-
Ieder jaar vertonen de bladeren van mijn rozen zwarte vlekken, verkleuren ze geel en vallen ze vervolgens af.
Uw rozen hebben last van sterroetdauw. Op de bovenkant van het blad treft u ronde grijze tot grijszwarte vlekken aan met dikwijls een stervormig uitgesneden rand. De vlekken zijn talrijk over het gehele blad verdeeld. De onderste bladeren worden als eerste aangetast. In een later stadium vergelen de bladeren en vallen ze af. Dit leidt tot het kaal worden van de planten. De infectie van sterroetdauw vindt begin mei plaats. Voer dan een behandeling uit met Baycor 300 EC of Baycor 25 WP. De behandeling om de tien dagen herhalen, vooral bij regenachtig weer. Nooit rozen met water besproeien! Wissel de behandeling af met Bayfidan Special (tegen witziekte en roest). Ruim de afgevallen zieke bladeren zorgvuldig op, anders zal deze schimmelziekte volgend seizoen nog harder toeslaan. Preventief behandelen is de boodschap. Wanneer de infectie begonnen is, is het te laat. Kies rozenvariëteiten die minder gevoelig zijn voor deze ziekte.
-
Wat kan ik doen tegen de larven van de taxuskever?
De witte larve van de taxuskever, ook wel gegroefde lapsnuitkever genoemd, is een zeer actieve larve van 1 cm groot. Ze kan vrij agressief aan de wortels van heel wat soorten planten vreten: Taxus, Rhododendron, Azalea, coniferen, perkplanten, enz. Vaak sterven planten. De larve verpopt zich eind april en komt begin mei als zwarte kever uit de grond gekropen. De kever kan niet vliegen, maar kan kruipend wel heel wat afstand afleggen. Er is één cyclus per jaar. Behandel de kevers bij valavond met Baythroïd 12,5 EW. De larven kun je bestrijden door in de bodem de korrels van Curater 1G in te werken. Geef ook voldoende water zodat de werkzame stof direct tot bij de wortels en de parasieten kan doordringen.
-
Mag ik producten van Bayer Garden mengen?
Algemeen kunnen we stellen dat twee verschillende producten uit het assortiment mengbaar zijn. Mengsels van meer dan twee producten raden wij af. De oplosbaarheid van een poeder kan sterk verminderen wanneer dit met een vloeibaar middel wordt gemengd. Wij stellen voor uitsluitend poeder met poeder, of vloeibaar met vloeibaar te mengen. De dosering van beide producten aanhouden zoals vermeld op de verpakking. Interessant is om bij elke insecticide- of fungicidebehandeling een vloeibare meststof uit het Bayfolan-assortiment toe te voegen als bladvoeding. Dit verbetert de werking van de producten en geeft de planten een extra groeistimulans bij het herstelproces.
-
De blaadjes van mijn buxus zien er lepelvormig uit. Hoe komt dat en wat is daar tegen te doen?
Uw buxus heeft last van de buxusbladvlo. Dit komt veel voor. De buxusbladvlo zorgt ervoor dat de topblaadjes van de scheuten klokvormig naar binnen gaan buigen. Er ontstaat een 'lepelvormig' blaadje, een klokje of een bolletje als het ware, met daarbinnen de buxusbladvlo die het blad leegzuigt. Daardoor zal de top van die scheut helemaal niet meer uitgroeien. Om deze parasiet te bestrijden, spuit u begin april met Confidor 200 SL. Eind mei herhaalt u deze behandeling, zodat de problemen voor het ganse seizoen opgelost zijn. Staat uw buxus in een pot, dan kunt u nog beter aangieten met Provado Garden.
-
Ieder jaar krijgen wij paddestoelen in het gazon. Vaak staan ze ook in een kring. Hoe geraak ik daar van af?
Het gaat hier om zogenaamde "heksenkringen". Paddestoelen zijn eigenlijk schimmels. Maak eerst het gazon los met een vork of maak er gleuven in en begiet de kurkdroge bodem enkele dagen overvloedig met water. Behandel dan met Cupravit Forte (aangieten).
-
Ik heb een prachtige beukenhaag, maar de bladeren kleven en ik zie veel kleine luizen. Wat helpt hier?
De maand mei begint de beukenhaag uit te lopen, maar ook beukenbladluizen vestigen zich in elke jonge scheut. De blaadjes krullen bij elkaar, raken verzwakt en de beukenbladluizen scheiden zoete honingdauwvloeistof af, wat de bladeren doet kleven. Het is echt nodig de beukenhaag vanaf het begin van het seizoen (begin mei) gezond te houden, door de nieuwe, jonge scheuten te bespuiten met Confidor 200 SL. De natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes blijven ongeschonden, zodat het ecologisch evenwicht behouden blijft.
-
Wat kan ik doen tegen slakken in de tuin?
Preventieve maatregelen
In het voor- en najaar, en in koele, natte zomers steken slakken de kop op. In deze perioden kun je preventief te werk gaan. Check bijvoorbeeld regelmatig of je slakkeneitjes rond de plant ziet. Verwijder deze kleine, doorzichtige balletjes. Nog een maatregel is het schoffelen van de aarde rondom de plant. Dit maakt het een minder aantrekkelijke schuilplek voor slakken. Korrels strooien Slakkenkorrels zijn een goede optie, maar je wilt natuurlijk geen onschuldige slachtoffers maken. Strooi de korrels daarom onder een dakpan of in een klein plastic potje. Zo kunnen de slakken erbij, maar honden en katten bijvoorbeeld niet. Bedenk je wel dat slakkenkorrels chemische bestrijdingsmiddelen zijn.
Afschrikwekkende planten
Creëer een natuurlijke barrière tussen de slak en hun favoriete planten. Slakken zijn gek op de hosta en ridderspoor. Plant hier alsem, salie, tijm, Oost-indische kers, bonekruid, hysop, tomaat of vingerhoedskruid omheen. Slakken kunnen de geur van deze planten niet goed verdragen.
Natuurlijke materialen
Slakken kruipen niet graag over ruw materiaal. Maak obstakels door scherp zand, schelpen, cacaodoppen gebroken eierschalen, schorssnippers, as van de openhaard en stro om de plantjes heen te strooien. Het is een van de meest diervriendelijke methoden. (Ver)dronken slakken Een manier om slakken letterlijk in de val te lokken is het ingraven van potjes en schotels bier. De beestjes voelen zich aangetrokken tot de geur van het bier. Ze raken erdoor bedwelmd, tuimelen over het randje en verdrinken.
Natuurlijke vijanden
Natuurlijke vijanden van slakken zijn lijsters, eksters, kraaien, spreeuwen, merels, zwarte kevers, egels, muizen, padden en duizendpoten. Probeer deze natuurlijke vijanden dus de tuin in te lokken. Zorg voor voldoende bomen en struiken voor de vogels. Egels schuilen graag onder losse bladeren en takken.
Slakken rapen
Als je zelf op slakkenjacht gaat, is het handig te weten waar je moet zoeken. Slakken voelen zich prettig op vochtige, schaduwrijke plekken. Ze eten compost, afgevallen blad, nieuwe zaaiingen en bepaalde planten. In het donker komen ze tevoorschijn. Ga met een zaklamp op pad om de beestjes te rapen. Je kunt de slakken naar bepaalde plekken lokken: onder dakpannen of vochtig zeil bijvoorbeeld.
Gazon
-
Ik heb vorig jaar september nieuwe graszoden gelegd. Prachtig! Maar nu zijn er weer kale plekken. Opnieuw inzaaien heb ik al geprobeerd?
Kale plekken
Er zijn allerlei oorzaken voor een mislukte, of gehavende grasmat. Een grasveldje kan intensief gebruikt worden. Soms is het gras verwaarloosd of wordt het ondanks goede zorgen verkeerd behandeld. Voor- en nadat je gaat inzaaien, zijn een aantal handelingen absoluut noodzakelijk. Daarom zetten we de stappen voor een groene, gezonde grasmat nog eens op een rijtje.
Verticuteren
Het is belangrijk om het gras te ontdoen van mos en onkruid. Het voor- & najaar zijn hiervoor geschikte perioden. Er zijn drie stappen. Ten eerste kun je het gras met een verticuteerhark of -machine verticuteren. Dat betekent "ontdoen van dood gras en van mos". Na het verticuteren moet je mest strooien, maar doe dit nooit tegelijkertijd met kalk. Door kalk te strooien ga je mosvorming tegen. Tenslotte kun je ook beluchten. Met een riek, prikroller of prikvork maak je gaatjes in de mat. Het beluchten is goed tegen onkruid, maar het gras wortelt hierdoor ook beter.
Inzaaien
Na bovenstaande handelingen, kun je beginnen met inzaaien. Vul de kale plek op met een bemeste tuinaarde of compost. Gebruik hetzelfde graszaad als de rest van de grasmat voor een gelijkmatig resultaat. Een alternatief is het gebruik van graszaad voor speelgazons. Deze soort kan tegen een stootje. Het is belangrijk om het zaad goed in de bovenste twee centimeter van de aarde te vermengen. Vergeet niet om de ingezaaide plekken voldoende water te geven.
Plaggen & graszoden
Je kunt natuurlijk kiezen voor het uitsteken van plaggen. Of voor het gebruik van graszoden. Snijd de plaggen of zoden op maat en druk ze zeer goed aan. Leg bijvoorbeeld een plank over het gras en stamp het goed aan. Vergeet niet om het nieuwe gras water te geven!
-
Hoe kan ik mos uit mijn gazon verbannen?
Stap 1: Bladeren verwijderen
Mos ontstaat meestal omdat de grond niet meer OPEN is. Die is dichtgeslibd door intensief gebruik of doordat er teveel maaisel is blijven liggen. Dit heet vervilting. Het gras verstikt en het mos grijpt zijn kans en neemt de plaats van het gras in. Om te zorgen dat je het gras niet verstikt, moet je altijd bladeren van het gazon verwijderen. Die kun je dan mooi in de border gooien als bemesting. Andere oorzaken: Mos kan ook veroorzaakt worden door teveel schaduw. De meeste grassoorten kunnen slecht tegen schaduw en op die plekken groeit mos juist het snelst. Grote bomen in de tuin zorgen natuurlijk voor veel schaduw. Ook zure grond kan een reden zijn, mos groeit daar liever dan gras.
Stap 2: Anti-mosmiddel
Met een anti-mosmiddel roei je mos uit. Daarnaast geeft het middel ook voldoende voedingstoffen die de groei van het overgebleven gras extra stimuleert. Binnen twee weken is het mos zwart en dood, maar het gras blijft in leven. De kale plekken van het dode mos hoef je niet opnieuw in te zaaien. In het anti-mosmiddel zit ook gazonmest en zorgt ervoor dat het achterblijvende gras een extra impuls krijgt om breed uit te groeien.
Stap 3: Verticuteren
Als het mos dood is, dan kun je het weghalen met een verticuteerhark. Deze hark maakt de grond meteen meer open, doordat het grote sleuven maakt in de bovenste laag van het gazon. Het gras ziet er even niet zo mooi uit, maar zo komt er weer lucht in de bodem en kan water beter de grond in trekken en zo verklein je de kans dat mos weer terugkomt. Doe dit in april, want dan begint het gras net weer te groeien. Door te verticuteren snoei je ook de wortels van het gras een beetje, waardoor het gestimuleerd wordt om extra wortels aan te maken.
Regelmatig: Beluchten
Als je gaat beluchten, dan steek je met een priem of een riek gaatjes in de grond. Verticuteren kun je het beste maar 1x per jaar doen, maar beluchten kun je vaker doen. Zo houd je toch de grond luchtig.
-
In welke periode van het jaar zaai ik best gras?
Graszaad heeft warmte en vocht nodig om te kiemen. April en mei zijn de maanden bij uitstek om gras in te zaaien of door te zaaien. September is echter nog een goede herkansing voor het najaar. Natuurlijk is het weer bepalend en kan het bij mooi weer al in maart warm genoeg zijn om graszaad te zaaien.
-
Hoe zaai ik best een nieuw gazon in?
Het inzaaien van een nieuw gazon kan in 5 stappen:
- Verwijder het aanwezige onkruid en spit de grond ca. 30cm diep om.
- Egaliseer de grond en rol of loop de grond aan zodat er een stevige toplaag ontstaat. Hark de toplaag enigszins los.
- Verdeel het graszaad in twee gelijke hoeveelheden. Zaai één deel in de lengte en het andere deel in de breedte van de door te zaaien oppervlakte.
- Het graszaad voorzichtig en niet te diep inharken. Na het inharken het graszaad licht aandrukken. Dit bevordert het ontkiemen van het graszaad.
- Afhankelijk van de weersomstandigheden het gazon licht blijven besproeien tot het gras duidelijk opkomt en doorgroeit.
Let op: voorkom te allen tijde dat de grond gedurende de eerste weken na het doorzaaien uitdroogt.
-
Mijn gazon vertoont pleksgewijze gele vlekken. Bij regenachtig weer kruipen grijsgrauwe maden op mijn terras. Heeft dit iets met de vlekken in mijn gazon te maken? Wat te doen?
Inderdaad, dit zijn emelten. Zij zijn de larven van de langpootmug en vreten de wortels van het gazon kaal. Deze kunnen bestreden worden door het gazon te behandelen met Volasect 5G. Strooi het granulaat uit bij regenachtig weer of beregen goed zodat het product zijn werking in de bodem kan uitoefenen. De beste periode voor de bestrijding is september-oktober of april-mei.
Vijver
-
Het is net of mijn vissen naar lucht happen, maar ze halen zuurstof toch uit het water?
Dat klopt, maar het probleem dat u schetst komt zomers regelmatig voor tijdens warme dagen Warm water kan namenlijk minder zuurstof bevatten dan koud water. Normaal gesproken zal er zich tijdens het groeiseizoen geen probleem voordoen met de zuurstofvoorziening. Er zijn echter een aantal omstandigheden waardoor er wel zuurstofgebrek kan optreden:
Bij te diepe vijvers met een te klein wateroppervlak. Een klein wateroppervlak kan maar een beperkte hoeveelheid zuurstof opnemen. Stilstaande waterlagen van 1 meter diep of meer komen dan niet voldoende in aanraking met zuurstof. Vooral bij de micro-organismen kan dan zuurstofgebrek optreden.
Bij relatief hoge watertemperaturen. Tijdens warme zomerse dagen kunnen soms de watertemperaturen in de vijver wel doen oplopen tot 25°C. Bij deze temperaturen is de verzadigingswaarde (opgeloste zuursof per liter water) slechts 8 mg. zuurstof per liter water. Vooral als er een groot aantal vissen aanwezig is, kan het dan gemakkelijk tot zuurstoftekort komen. De tabel verduidelijkt dit.
Bij ophoping van CO2 in het water. Buiten het groeiseizoen kan onder ongunstige omstandigheden (te lage GH-waarde) het CO2 gas in het water toenemen . CO2 gas is zwaarder dan zuurstof en zal zich dus bij de bodem ophopen. Er ontstaan dan in de diepere waterlagen zuurstofarme of zelfs zuurstofloze omstandigheden. De gevolgen hiervan zijn desastreus, eerst voor de micro-organismen en in een later stadium ook voor de vissen. Dit is vaak de reden van vissterfte in het vroege voorjaar. Zuurstofproblemen uiten zich vooral bij de vissen. Ze houden zich boven in het water op, happen naar "lucht" en zijn traag in hun bewegingen. Zuurstofgebrek in de onderste waterlagen kan zich uiten doordat er een "olielaagje" op het wateroppervlak verschijnt, veroorzaakt door afgestorven micro-organismen.
De oplossing voor zuurstofproblemen is in alle gevallen het aanbrengen van een sterke luchtpomp, die vooral de onderste waterlagen goed in beweging brengt. -
Ik heb problemen met de kwaliteit van mijn vijverwater. Kan ik bij Pelckmans mijn vijverwater laten testen?
Ja, u kan vijverwater laten testen op onze vijverafdeling. U kan zich aan onze kassa een watertestkaart aanschaffen voor 3 testbeurten. Breng een klein potje vijverwater (100 ml) mee naar onze winkel De belangrijkste waarden (pH-GH-KH) worden dan gecontroleerd en u krijgt raad waar nodig. Mocht u specifieke problemen ondervinden (uitzonderlijke vissterfte, slechte plantengroei, ...) dan kunnen er bijkomende test uitgevoerd worden voor uw specifiek probleem.
Omdat de kwaliteit van vijverwater kan variëren, moet u regelmatig de waterwaarden meten, bijvoorbeeld in het najaar, voorjaar en de zomer. -
Ik wil een vijver aanleggen. Hoe bereken ik de grootte van de folie?
Voor het berekening van de benodigde hoeveelheid vijverfolie kan u de volgende formule toepassing:
de totale breedte = breedte + (2 x diepte) + (2 x 0.50m overslag)
de totale lengte = lengte + (2 x diepte) + (2 x 0.50m overslag) -
Zijn de vissen van Pelckmans in goede conditie en gezond?
Onze vissen worden dagelijks door de mensen op de werkvloer gecontroleerd op hun conditie en gezondheid. Daarnaast worden de vissen wekelijks gecontroleerd door dierenarts Maarten Lammens (de koidokter). Mochten er problemen optreden, worden de vissen onmiddellijk in quarantaine geplaatst en worden deze niet langer verkocht.
-
Help, mijn vijver is groen! Wat moet ik doen?
Groen troebel water is een veel voorkomend probleem bij nieuwe vijvers. Echter, ook bij bestaande vijvers, waarbij in het begin fouten zijn gemaakt, komt groen troebel water nogal eens voor.De groene kleur van het water wordt veroorzaakt door een minuscuul zweefalgje, dat zich razendsnel vermenigvuldigt. Soms ontstaat dan een ondoorzichtig groene brij. Zweefalg ontstaat wanneer er, door een te beperkte hoeveelheid groeiende vijverplanten, voedingoverschot in het water aanwezig is. De oplossing van dit probleem omvat een aantal maatregelen.
Breng, indien nog niet aanwezig, een laag Vijversubstraat aan. Voeg gelijktijdig een verpakking Bacterial, nitrificerende bacterie cultures toe.
Breng meer vijverplanten aan. Goede soorten in dit stadium zijn: drijfplanten zoals watergentiaan, kikkerbeet, Azolla en eendekroos of waterlelies.
Zorg ervoor dat de gezamenlijke waterhardheid (GH-waarde) voldoende hoog is. Deze dient tenminste 8°DH te zijn. Bij lagere waarden GH-plus gebruiken. Wanneer deze maatregelen worden toegepast, zal na verloop van tijd het milieu stabiliseren en de zweefalggroei verdwijnen. Nadat het water helder is geworden kunnen zuurstofplanten worden aangebracht. Goede soorten zijn: waterpest, hoornblad en fonteinkruid.
-
Hoe kan ik reigers afschrikken van mijn vijver?
Reigers vormen steeds vaker een probleem voor vijvers. De vogels zijn gespecialiseerde viseters die vissen van 25-30 cm gemakkelijk aankunnen. Een kunstreiger aan de vijverrand biedt geen oplossing. Er is echter een effectieve manier om reigeroverlast te voorkomen. Span op 15 cm hoogte boven de vijverrand een dunne metalen draad of een kunststof snoer. Als u er op regelmatige afstanden ook nog belletjes aan hangt, is het reigerprobleem definitief van de baan.
-
Onze vijver van vijverfolie is lek. Is er iets waarmee we het lek kunnen dichten?
Als eerste moet je bepalen of het daadwerkelijk om een lek gaat. Het waterpeil kan namelijk door meerdere oorzaken zakken, bijvoorbeeld door verdamping of door laagje grond die doorloopt van buiten de vijver tot in het water. Als het water steeds tot een bepaald niveau zakt en niet verder, is de kans groot dat het om een lek gaat. Dit kun je controleren door de waterrand na te speuren op gaatjes of scheurtjes. Kun je het niet zo snel vinden, haal dan de folie los zodat je erachter kunt kijken en vul de vijver dan weer. Trek de folie dan een beetje naar voren en kijk of en waar het naar achteren lekt.
Repareren
Ben je er zeker van dat het om een lek gaat, markeer de plek en repareer het met een reparatieset. Let wel op van welk materiaal de vijverfolie gemaakt is. Laat het waterpeil zakken tot onder de gemarkeerde plek en maak het materiaal rondom het lek goed droog. Ruw het op en repareer het met de set. Het is verstandig om bij de aanschaf van de reparatieset een stukje van dezelfde folie mee te nemen. Is het lek te klein om te repareren of kun je het lek echt niet vinden, dan zal je het folie moeten vervangen.
-
Hoe vaak moet ik mijn vissen voederen?
Zodra de temperatuur van het vijverwater boven de 10°C komt, moeten de vissen gevoerd worden. Eénmaal per dag is in het algemeen voldoende, tijdens de warmere perioden soms iets vaker. Let erop dat de vissen al het voer opeten.
-
Hoe moet ik nieuwe vissen overzetten in de vijver?
Breng nieuwe vissen altijd zo snel mogelijk naar huis. Vermijd tijdens het transport extreme temperatuurverschillen. zorg ervoor dat de temperatuur van het transportwater niet hoger wordt dan 20°C.
Wen de vissen geleidelijk aan het vijverwater. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld een schone emmer. Zet de vissen met het transportwater hier voorzichtig in over. Vul nu steeds iets vijverwater bij. Na circa 15 minuten kunnen de vissen in de vijver worden losgelaten.
-
Ik heb een kunststof reiger bij de vijver en toch ben ik vissen kwijt!
De kans is groot, dat hier toch sprake is van vissenroof door een reiger, hoewel u een "afschrikreiger" heeft geplaatst. Reigers zijn slimme dieren en laten zich helaas niet afschrikken door een kunstreiger. Als decoratie kunt u hem echter laten staan.Veel doeltreffender is het om een Reigerstop te plaatsen, waar de reiger met zijn poten tegen aanloopt. De belletjes versterken de schrikreactie. Als u gebruik maakt van een Pond Protector in zwakstroomuitvoering, kunt u er zeker van zijn dat het bezoek van een reiger of de kat van de buren een eenmalige aangelegenheid is.
-
Wat mankeert mijn vissen toch?
Hoewel u niet specifiek aangeeft wat er met uw vissen aan de hand is, kunnen er wel een aantal algemene zaken gezegd worden over de gezondheid van vijvervissen. Net als bij de mens spelen conditie en weerstand een grote rol bij de gezondheid. Vissen in slechte conditie of met een zwakke weerstand lopen een verhoogd risico om ziek te worden. Dit kan onder de volgende omstandigheden plaats vinden:
- Wanneer gezonde vissen door nieuwkomers worden besmet.
- Wanneer door een slechte of geen voeding de conditie achteruit gaat.
- Door slechte milieuomstandigheden c.q. waterkwaliteit.
Van belang is dus dat u door goed en regelmatig te voeren, uw vissen in vissen in een goede conditie brengt en houdt.
-
Wat kan ik doen tegen die lastige draadalgen?
Groene draadalgen staan structureel dicht bij de echte waterplanten. Ze kunnen enorm woekeren en binden daarbij grote hoeveelheden voedingsstoffen. Bijkomende effecten zijn: helder water, lage KH-waarde, hoge pH-waarde en vrijwel altijd stagnatie van de groei van zuurstofplanten.
Oplossing:
- Breng meer moerasplanten en waterlelies aan; bedek het water oppervlak voor 30-40% met drijfplanten (voedingsstoffen absorberen door waterplanten)
- Zorg ervoor dat de totale hardheid (GH-waarde) van het water tenminste GH 12 DH is. (verbeteren waterkwaliteit)
- Verwijder regelmatig en zoveel mogelijk de draadalgen uit de vijver.
Naarmate het plantenbestand groeit en in omvang toeneemt, zal de groei van de draadalg verminderen: de primaire groei van deze algen zal na verloop van tijd worden overgenomen door de groei van de waterplanten.
Snijbloemen
-
Hoe moet ik mijn snijbloemen verzorgen?
Meestal kunt u er vanuit gaan dat gekochte snijbloemen aan de onderkant van de steel ingedroogd zijn, zodat u het beste de onderste paar cm af kunt snijden. Om het naar boven vloeien van water door de steel te bevorderen, snijd u de stengel eventueel nog een klein stukje in. U voorkomt hier tevens mee dat er zich onderin de steel een luchtbelletje vormt, dat het toestromen van water verhindert. Zijn de bloemen al enigszins verwelkt, dan kunt u de stelen het beste in een 5cm diep laagje kokend heet water zetten en na afkoeling hiervan de vaas of emmer tot net onder de bloemen bijvullen met lauwwarm water. Tulpen rolt u in een krant om de stelen recht te houden. Al enigszins verwelkte tere bloemen, zoals gipskruid, krijgt u vaak weer goed door ze enkele seconden geheel onder water te houden. Lathyrusbloemen krijgen vlekken als ze nat zijn geworden. Zijn de stengels eenmaal volgezogen met water, dan blijven ze verder wel goed en kunt u de bloemen gewoon in een vaas schikken.
Vaak krijgt u een zakje plantenvoedsel bij een bos snijbloemen. Los dit volgens de gebruiksaanwijzing in water op en gebruik dit in de vaas. U voorkomt dat het water gaat stinken door er een zoetmiddel of aspirine in op te lossen. Een toevoeging van houtskool zorgt dat het water zoet blijft.
-
Hoe moet ik snijbloemen schoonmaken?
Schoonmaken van bloemen houd in dat we het overtollige blad verwijderen en beschadigde bloemen weghalen. Bij het weg halen van overtollig blad gaat het om het blad dat mogelijk in het water kan komen en sowieso al het blad dat onder het bind punt komt. Vaak zorgen de bladeren die aan de bloemstelen zitten ook nog voor extra volume van het boeket. Haal dus ook niet teveel blad weg.
Anderzijds bij compacte of aparte boeketten wil je juist wel al het blad weg halen, omdat dan stijlvoller overkomt. Het is daarom belangrijk om vooraf te bedenken wat voor een soort boeket je wilt gaan maken.
-
Hoe moeten ik snijbloemen aansnijden?
Bloemen snij je, met grote voorkeur, aan met een scherp mes. Het scherpe mes zorgt voor een mooie strakke wond waardoor de bloem het beste water kan opnemen.
Knippen met een snoeischaar drukt de vaten in de stelen dicht waardoor de wateropname word belemmerd.
De stelen plat slaan en in snijden vergroot de kans op ziekten en word de steel onnodig beschadigd wat rotting tot gevolg heeft. De houdbaarheid zal daardoor afnemen (geen idee wie dat ooit verzonnen heeft).
De speciale snijbloemen tangetjes zijn nog wel een goed alternatief voor veel mensen, mits super scherp. Jammer dat je met die tangetjes nooit een grote wond kan maken die sommige bloemen echt nodig hebben. De professionele bloemist zal daarom ten alle tijden het mesje gebruiken.
-
Kan ik even wachten met snijbloemen in water te zetten?
Hou de tijd tussen het aansnijden en in het op water zetten zo kort mogelijk. De wond kan snel indrogen en dat heeft een negatief effect op de wateropname. Zeker in de zomer kan het erg snel gaan.
Stel dat de bloemen voor een langere periode droog hebben gelegen, kun je ze het beste inwikkelen in kranten, goed schuin afsnijden en in een vaas zetten met lauw warm water. De bloemen zuigen zich weer vol met water en trekken helemaal op. Ze worden in een krant gewikkeld om het eventuele kromtrekken te voorkomen.
-
Mijn snijbloemen staan voor een raam, maar verwelken snel. Hoe komt dit?
Om vlugge veroudering van onze snijbloemen tegen te gaan, plaatsen we ze uit het volle zonlicht en uit de tocht. Plaats ze ook nooit in de nabijheid van de verwarming. Daardoor gaan ze méér water verdampen dan ze kunnen opnemen, waardoor ze hun blaadjes laten hangen. Zet bloemen ook nooit naast een fruitschaal. Fruit produceert immers ethyleengas en dat werkt hun veroudering in de hand werkt.
-
Waarom moet ik snijbloemen schuin afsnijden?
Dat we bloemen schuin moeten afsnijden om ze zo lang mogelijk in conditie te houden is zeker geen bloemenverzorging fabeltje, integendeel. Snij steeds het onderste gedeelte van de stengels af, waardoor we zowel ziekmakende bacteriën als schimmels, vuil en luchtbellen verwijderen. De stengels snijden we dus bij voorkeur schuin af, onder een hoek van 45 graden. Gebruik steeds een zo scherp mogelijk en proper gemaakt mesje, maar zeker geen snoeischaar, dan worden de haarvaten van onze bloemen afgeknepen. Gebruiken we voor het schuin afsnijden van de stengels toch een snoeischaar, dan zorgen we ervoor dat deze zo scherp mogelijk is.