Veelgestelde vragen
Algemeen
-
Mijn bamboe woekert door de hele tuin! Wat kan ik hieraan doen?
Bamboes die kris kras door de tuin de kop opsteken worden al gauw als woekeraars bestempeld. Toch is dat bij de meeste bamboes de natuurlijke groei. Als je kijkt naar de wortelgroei, dan kun je twee typen bamboes onderscheiden: Polvormende soorten (pachymorfe) en soorten met worteluitlopers (leptomorfe). Van polvormende bamboes heb je nauwelijks last, want deze breiden zich evenwijdig aan de pol uit. Soorten met worteluitlopers zijn de wildgroeiers. Het afknippen van de uitlopers helpt maar tijdelijk en zorgt zelfs voor vertakkingen van het wortelgestel.Je kunt het beste de bamboe ondergronds omheinen met wortelgeleidingsplaten-, schermen of doeken. Deze producten staan bekend onder de naam wortel- of rhizoombegrenzer. Ze zorgen ervoor dat de wortels meer verticaal gaan groeien. Je kunt dus het best de bamboe volledig uitgraven en alle wortels verwijderen. Vervolgens plant je nieuwe bamboe met voldoende wortelbegrenzer.
-
Waarom moet ik mijn tuin bemesten?
In een tuin wordt geknipt, gesnoeid, gemaaid, blad geruimd enz. Al dat materiaal wordt op de een of andere manier afgevoerd. In de natuur zou dat op de bodem terechtkomen en daar door het bodemleven worden afgebroken. Het wordt dan omgezet in stoffen die weer door planten kunnen worden opgenomen. In de tuin gebeurt dat veel minder. Wij verwijderen dus voortdurend groei- en voedingsstoffen uit de tuin die de planten eigenlijk hard nodig hebben. Om de planten gezond te laten groeien, moet het tekort dat zo kan ontstaan door ons worden aangevuld. Dat gebeurt door de planten nieuwe voedingsstoffen in een andere vorm te geven op de momenten dat ze daar het meest behoefte aan hebben. Of we zorgen dat ze uit een voedselvoorraadje kunnen putten. In de meeste gevallen bemesten we de grond en niet direct de plant. De planten halen hun voedsel dan weer uit de grond. Het gaat er dus om de grond voldoende voedselrijk en gezond te houden. Dat kan op verschillende manieren en met verschillend samengestelde stoffen. Want iedere plant haalt zijn eigen specifieke pakketje voedingsstoffen uit de bodem. Planten halen meststoffen in water opgelost uit de bodem. Ze kunnen dus alleen maar ‘eten’ als de wortels ook tegelijk water kunnen opnemen. Planten eten dus altijd ‘soep’. Een droge mestkorrel gaat er niet in!
-
Welke soorten mest zijn er?
Organische mest
Dit is natuurlijke mest op basis van dierlijke en plantaardige afvalstoffen. Deze groep meststoffen verbetert (verrijkt) de grond met humusvormende deeltjes en bevat voedingsstoffen die langzaam worden afgegeven. Bekende mestsoorten uit deze groep zijn stalmest, beendermeel, bloedmeel, vismeel, gedroogde koemestkorrels of koemest in droge poedervorm, compost enz. Het gehalte aan de belangrijkste groeistoffen kan sterk wisselen en is niet nauwkeurig te bepalen. Uit de organische stof ontstaat dan de humus in de bovenste grondlaag. Dat is een heel bijzondere stof, eigenlijk het belangrijkste deel van de levende ‘deken’ op de bodem. Humus houdt voedingsstoffen en vocht heel goed vast en staat dat aan de planten af als ze het nodig hebben.
Kunstmest of (beter) minerale mest
Dit is een groep meststoffen die meestal chemisch wordt vervaardigd. Daardoor is het gehalte aan voedingsstoffen nauwkeurig bepaald. Dat is bovendien veel hoger dan in organische mest. Met kunstmest geef je een echte groeistoot aan de planten en hef je eventuele tekorten razendsnel op. Maar kunstmest verbetert de bodem niet omdat er geen organische restmaterialen in zitten.
Spoorelementen
Dit zijn stoffen waarvan de planten maar kleine beetjes nodig hebben, maar helemaal zonder kunnen ze ook niet. Organische mest is rijk aan spoorelementen, aan minerale mest worden ze soms toegevoegd. Het gaat dan om stoffen als ijzer, koper, mangaan, magnesium, borium enz. In een gezonde bodem komen al die stoffen van nature voor.
Verschillende mestsoorten voor speciale plantengroepen
Behalve de algemene, universele meststoffen, hebben de fabrikanten allerlei speciale meststoffen ontwikkeld die helemaal zijn afgestemd op de specifieke behoeften van bepaalde groepen planten. Die bevatten alles wat die planten nodig hebben, ook veel spoorelementen. Er zijn zulke speciale meststoffen voor o.a. rozen, kuipplanten, buxus en andere groenblijvende planten, groenten en kruiden, hortensia’s en rododendrons (er is zelfs speciaal ‘hortendia blauw’ dat de roze geworden bloemen van hortensia’s weer blauw kleurt). Verder snelwerkende coniferenmest (soms met bitterzout dat bruinkleuring tegengaat), speciale petuniamest, geraniummest enz. Als u deze mestsoorten aan de planten geeft waar ze voor bedoeld zijn, weet u zeker dat ze het niet beter kunnen hebben.
Kalk
Kalk is een heel belangrijke bodemverbeteraar, behalve bij planten die van zure grond houden. Kalk zorgt er namelijk ook voor dat de grond minder zuur wordt, waardoor bijvoorbeeld mos verdwijnt. Kalk moet in de winter worden gestrooid. Dat geldt vooral voor de veelgebruikte landbouwkalk of Thomasslakkenmeel. Deze kalksoorten worden langzaam door de bodem opgenomen, maar een soort als zeewierkalk werkt anders. Die soort is direct oplosbaar. U kunt het gerust in maart nog bij de planten strooien. 5 kg kalk is genoeg voor 125 m2 oppervlak in border, moestuin of gazon.
Langwerkende meststoffen
Er zijn ook gecoate tabletten, pillen en capsules met meststof die hun voedingsstoffen heel langzaam afgeven. Als het warmer is wordt er meer afgegeven dan wanneer het koud is, dus meer als de planten ook meer voeding nodig hebben. Een ideaal systeem, vooral bij planten die in potten, bakken en kuipen staan. Stop zo’n mestpil bij de wortels van iedere plant in de grond en de planten hebben het hele groeiseizoen voldoende voeding.
-
Wanneer kan ik bomen planten?
Een boompje planten in de tuin. Het lijkt eenvoudig, maar er komt toch nog wat bij kijken. Zelfs een boom van een kerel kan daardofor soms door de bomen het bos niet meer zien. Hier daarom een korte handleiding als ondersteuning voor natuurliefhebbers bij het planten van een boom.
Wanneer?
Het beste tijdstip om een boom te planten is in het najaar. De bomen zijn dan in rust en hierdoor stoor je het natuurlijke proces niet. Ook in het voorjaar kunnen bomen geplant worden, maar het nadeel daarvan is dat je direct na het planten het risico loopt op warm en droog weer. In de zomer planten kan alleen met bomen die op jonge leeftijd in een pot zijn gezet en daarin blijven groeien totdat ze geplant worden.
Waarin?
De meeste tuinen hebben een goede grond om een boom in te planten omdat iedere tuin vaak wel een natuurlijke cyclus heeft. Toch raden wij om een bodemverbeterende potgrond mee in het plantgat te mengen.
Graven
Vervolgens is het een kwestie van graven. Het plantgat moet ruim zijn zodat de wortels niet knikken of draaien als je ze in het plantgat plaatst. Graaf niet te diep want dan loop je de kans dat het boomgat tot op het grondwater komt. Het gat loopt dan vol met water en daardoor verrotten de wortel. Graaf het gat minimaal 20 centimeter groter dan de breedte van de wortelkluit.
Het echte werk
De boom planten! Als je een jonge boom plant, moet er ter ondersteuning en bescherming een boompaal naast de boom geplaatst worden. Dus:
- Plaats de boompaal ongeveer 20 centimeter in de vaste grond.
- Een boom moet altijd van de boompaal afwaaien. Waait de boom te vaak tegen de boompaal, dan ontstaan er wonden die ziektes kunnen veroorzaken. ° Vul de bodem van het plantgat met ongeveer 20 centimeter losse grond
- Plaats de boom in het plantgat op zo’n manier dat de bovenkant van de kluit gelijk is of hoger dan het maaiveld. Plant niet te diep want dan gaat de boom dood.
- Vul het plantgat op tot halverwege de hoogte van de wortelkluit en druk de grond aan.
- Licht de boom dan iets op en druk de grond opnieuw aan.
- Plaats een tweede boompaal naast de boom.
- Bind de boom vast met boomband en boompalen.
- Geeft de boom vervolgens water. Er zitten meestal nog wat open plekken in het boomgat en door het water geven, sluit de grond om de wortels. Vul dan het gat weer aan met grond.
- Als na een aantal jaren de boom stevig genoeg lijkt, kunnen de boompalen nog steeds blijven staan. Ze kunnen geen kwaad.
Aandacht en...liefde
Het is nu aan de boom zelf om te groeien. Maar daar is wel het nodige onderhoud van de eigenaar voor nodig. Zo moeten de beschadigde takken uit de boom gesnoeid worden. En zoals niemand kan ook een boom niet zonder een beetje liefde.
-
Hoe verkrijg ik de 'perfecte' buxus?
- Geef de buxus twee keer per jaar mest. Doe dit eind februari en in juni. Wees gul, want de buxus is een echte veelvraat.
- Geef geen mest meer na juli, want dan bevriest de buxus. De boom blijft dan doorgroeien en maakt dan nieuwe groene takken aan. Die kunnen niet tegen vorst en sterven af zodra het gaat vriezen.
- Voor een dichte haag kan je de buxus het beste in mei en september snoeien. Dus twee keer per jaar. Knip de bovenkant altijd smaller dan de onderkant. Zo kan er overal zonlicht komen.
- Om snel het blad weer groen te krijgen kun je het beste 1 gram bitterzout met 1 liter water mengen en over de buxus heen gieten. Bitterzout verhelpt het tekort aan magnesium en zwavel. Magnesium speelt namelijk een belanrijke rol bij het aanmaken van bladgroen.
- Geef niet teveel water, want de buxus houdt van droge grond.
-
Hoe maak ik mijn eigen composthoop?
Januari en februari zijn ideale maanden om tuin voorbereidingen te treffen. En dan begin je natuurlijk bij het begin: de bodem. Deze zorgt voor voldoende voedingsstoffen om planten te laten groeien. Een gezonde bodem bestaat uit ronde deeltjes, water, lucht, humus, schimmels, bacteriën, wormen en insecten. Aan het eind van de winter kan de tuin wel wat voedingsstoffen gebruiken. Door humus toe te voegen verrijk je de bodem. Een milieuvriendelijke en goedkope manier daarvoor is compost. Maak daarom je eigen composthoop en begin nu met de voorbereiding daarvan! Verzamel keuken- en tuinafval. In een composthoop kan in principe elk organisch materiaal worden verwerkt. Maar op iedere regel zijn uitzonderingen en daarom noemen wij ze nog even: gekookte etensresten, aardappelschillen, stof uit de stofzuiger, kattenbakvulling, papier, sinaasappelschillen en chemisch bemiddelde producten horen NIET thuis in een composthoop. Verder kun je naar hartelust recyclen. Maak nu alvast een plaatsje in de tuin vrij maar begin in maart/april pas met de daadwerkelijke composthoop. Tuin- en keukenafval verwerk je in verschillende lagen van ongeveer 5 centimeter. Kies bijvoorbeeld voor de volgende lagen: kleingemaakte takken; vers groen tuinafval; keukenafval; kleingemaakte en natte loof en stengels; hooi; gras en bladeren. Om de vertering te versnellen strooi je wat landbouwkalk over elke afvallaag. Dek de hoop daarna af met stro, gras of jutezakken om uitdroging tegen te gaan. In een composthoop stijgt de temperatuur tot wel 60 of 70 graden Celsius. Ziekten worden hierdoor gedood. Na drie maanden is de temperatuur weer gedaald en kun je hem omzetten (omkeren). Dit moet iedere drie maanden gebeuren. Zo krijgen de bacteriën die zorgen voor de vertering voldoende zuurstof. Beginnen met een eigen composthoop kost behoorlijk wat voorbereiding en werk. Maar daarna is het een kwestie van bijhouden. En van een goede composthoop heb je lange tijd plezier. Tja, een beter (en goedkoper) milieu begint nog altijd bij jezelf. Succes!
-
Ik heb vorig jaar september nieuwe graszoden gelegd. Prachtig! Maar nu zijn er weer kale plekken. Opnieuw inzaaien heb ik al geprobeerd?
Kale plekken
Er zijn allerlei oorzaken voor een mislukte, of gehavende grasmat. Een grasveldje kan intensief gebruikt worden. Soms is het gras verwaarloosd of wordt het ondanks goede zorgen verkeerd behandeld. Voor- en nadat je gaat inzaaien, zijn een aantal handelingen absoluut noodzakelijk. Daarom zetten we de stappen voor een groene, gezonde grasmat nog eens op een rijtje.
Verticuteren
Het is belangrijk om het gras te ontdoen van mos en onkruid. Het voor- & najaar zijn hiervoor geschikte perioden. Er zijn drie stappen. Ten eerste kun je het gras met een verticuteerhark of -machine verticuteren. Dat betekent "ontdoen van dood gras en van mos". Na het verticuteren moet je mest strooien, maar doe dit nooit tegelijkertijd met kalk. Door kalk te strooien ga je mosvorming tegen. Tenslotte kun je ook beluchten. Met een riek, prikroller of prikvork maak je gaatjes in de mat. Het beluchten is goed tegen onkruid, maar het gras wortelt hierdoor ook beter.
Inzaaien
Na bovenstaande handelingen, kun je beginnen met inzaaien. Vul de kale plek op met een bemeste tuinaarde of compost. Gebruik hetzelfde graszaad als de rest van de grasmat voor een gelijkmatig resultaat. Een alternatief is het gebruik van graszaad voor speelgazons. Deze soort kan tegen een stootje. Het is belangrijk om het zaad goed in de bovenste twee centimeter van de aarde te vermengen. Vergeet niet om de ingezaaide plekken voldoende water te geven.
Plaggen & graszoden
Je kunt natuurlijk kiezen voor het uitsteken van plaggen. Of voor het gebruik van graszoden. Snijd de plaggen of zoden op maat en druk ze zeer goed aan. Leg bijvoorbeeld een plank over het gras en stamp het goed aan. Vergeet niet om het nieuwe gras water te geven!
-
Wat moet je doen om de kat van de buren uit je tuin te houden?
Zet veel planten in je tuin, zodat de bodem volledig dicht groeit. Zo is er geen plaats meer om de grond om te woelen. Bodembedekkers maken de tuin voor katten een stuk onaantrekkelijker. Plaats door katten geliefde planten in een hoek van de tuin. Zoals: Nepeta cataria (wild kattenkruid), Teucrium marum (gamander), (sier)haver of een ander laag zacht gras, pollen Alyssum (schildzaad), Dianthus deltoides (steenanjer), Sagina (vetmuur), het zogenaamde kattengras. De poezen zullen dan alleen in de hoek van hun lievelingsplanten verblijven en laten de rest van de tuin met rust. Je kan ook planten in de tuin plaatsen waar katten een hekel aan hebben waardoor ze weg blijven uit je tuin. Denk aan: Geranium macrorrhizum (ooievaarsbek), Dictamnus (vuurwerkplant), Aloysia triphylla (citroenverbena). Stekelige planten ziet de kat ook niet zitten. Zet ze op plaatsen waar de kat de tuin binnenkomt. Zorg wel dat de kat er niet zomaar overheen kan springen.
Weg met keukenhulp
Peper strooien op de plaats waar de katten het te bont maken. Citroenschillen tussen de planten leggen. Strooien van koffiedik. Deze stinkende koffiegruis gaat aan de pootjes kleven en in de vacht van de kat zitten. Bij het schoonlikken zullen ze hier niet zo blij mee zijn. Of ... Hertshoornolie op een aantal takken smeren of ze erin dopen. Het stinkt vreselijk. De takken steek je hier en daar in de grond en de katten blijven weg. Hersthoornolie kun je halen bij de apotheek. Cacaodopjes helpen goed als bescherming tegen het gebruik van de tuin als kattenbak. De cacaodoppen zullen de katten echter niet verjagen. Ze vinden het wel minder aangenaam om erop te lopen. Je kunt zakken cacaodoppen kopen bij tuincentra of een doe-het-zelf-winkel. Na een regenbui vormen de cacaodoppen een soort van korst op de bodem. Het heeft dan de volgende eigenschappen: graaft niet lekker voor katten, houdt vocht vast, onkruid komt er moeilijk doorheen en het geeft voedingsstoffen aan de bodem / planten.
-
Ik heb een klein kweekkasje in de tuin. Wat kan ik er in de winter in zetten?
Veel mensen hebben een kleine (koude) hobbykas in de tuin. Vaak zie je in die kas een kleine kweekbak met grondverwarming. Sommige zaadjes moeten eerst kiemen en hebben daarvoor een iets hogere temperatuur nodig. Vandaar de verwarmde kweekbak. In december zijn er niet ontzettend veel groenten die je kunt zaaien. Veel zaadjes en kleine plantjes kunnen namelijk niet tegen vorst. Spinazie, veldsla, peterselie, wortelen en kervel kun je zonder te laten kiemen in de grond zaaien, onder glas. Wacht daar nog eventjes mee tot januari-februari. Bloemkool, ijsbergsla, erwten, peulen en andijvie kun je half januari alvast opkweken. De jonge plantjes kunnen na de vorstperiode de grond in. Als je geen kweekbak in de kas hebt, kun je de zaadjes ook opkweken in kweekpotjes binnen. Nog een alternatief is om de jonge plantjes te kopen in plaats van zaden.
-
Ik heb in de tuin Lavendel staan. De plant staat in een grote pot en doet het geweldig. Maar wanneer moet ik gaan snoeien?
Het fatsoeneren van je Lavendel gebeurt in twee fasen. In augustus tot oktober knip je de uitgebloeide bloemen weg. Dit knippen doet niets bijzonders voor je plant. Je knipt de bruine bloemaren weg om de plant een mooier uiterlijk te geven. Het is dus niet noodzakelijk. Als je toch gaat knippen, doe het dan nooit rigoureus. Anders zou je de plant kwetsbaar maken voor strenge vorst. Een stengel kan namelijk invriezen. Als alleen het groengrijze deel is ingevroren, overleeft je plant het wel. Heb je dit jonge deel er al af geknipt, dan vriest het houtige deel in. En dan is je plant rijp voor de composthoop. Het échte snoeiwerk vindt plaats in het voorjaar, na de vorst. Je ziet nu heel goed welke delen in de winter zijn afgestorven. Is de plant bossig geworden en zie je veel dood hout, dan mag je de scheuten tot zo'n 15cm boven de grond terug snoeien. Dit zorgt voor een rijkere bloei en je houdt de plantvorm in bedwang. Je kunt er ook voor kiezen om de Lavendel in een bol te knippen.
-
Ik heb last van een mol! Hoe kom ik er van af?
Mollen leven alleen, tenzij ze jongen hebben. Er is een stelsel van oppervlakkige gangen, ook wel jaaggangen of ritten genoemd en een stelsel van diepere gangen. Bij de oppervlakkige gangen wordt de grond meestal wat omhoog gedrukt, bij de diepere gangen wordt de grond naar boven gewerkt en ontstaan hopen. De doorsnede van een gang is 4-5 cm. Bij het graven van het gangenstelsel wordt regelmatig grond omhoog geduwd. Dat zijn de molshopen. Een molshoop dient als luchttoevoer voor de gangen. De oppervlakte van een territorium is ca. 400m². De verblijfsgangen en holtes waar voedselvoorraden worden aangelegd, waar wordt geslapen en waar het nest wordt gemaakt, beslaan een lengte van ongeveer 150m. Een goede aanwijzing is het gedrag van merels en lijsters. Als ze op 1 plaats bezig zijn en veel wormen pakken dan weet je dat de mol daar actief is, want door het lopen van de mol vluchten de wormen naar de oppervlakte.
Mollen verjagen
Methode 1: Trillingen
Hiervoor zijn apparaten verkrijgbaar die op een batterij of op een zonnepaneeltje werken.
Methode 2: Geluid
- Een ijzeren paal in een rit steken, waarop je regelmatig moet kloppen. Aan zo'n paal kan je bovenaan ook een metalen plaatje bevestigen, dat door de wind tegen de paal wordt geslagen. Dan hoef je zelf niet meer te kloppen.
- Graaf een fles waaruit de bodem verwijderd is in de mollengang, de open fles brengt een fluittoon voort door de wind.
Methode 3: Geur
- Strooi uien of knoflooksnippers in de gangen. Door de stank worden de mollen verjaagd.
- Stop een in terpentijn, ammonia of petroleum gedrenkte doek in de mollengang.
- Plant keizerskronen (Fritillaria imperialis). Een 80 tot 100 centimeter hoge plant uit de leliefamilie. Deze bloembollen verspreiden een bepaalde stank. Plant een groepje om de acht meter.
- Kruisbladwolfsmelk (Euphorbia lathyris) planten. Het is een kruidachtige tweejarige plant die 80 tot 150 cm hoog groeit. De geur van de wortels houdt de mol op afstand. Gebruik zes tot tien planten per are. Het melksap (latex) bevat petroleumachtige verbindingen. Let op: alle wolfsmelksoorten zijn giftige planten.
- Stop mottenballen (kamferballen) in de rit en maak die daarna weer luchtdicht. Door de geur gaat de mol er vandoor.
Methode 4: Uitroken
Gebruik mollenpatronen (zwavel-rookbommen). Zorg ervoor dat alle mollengangen goed zijn afgesloten en steek daarna een patroon aan en stop die in een gang. De rook verspreidt zich in de gangen en verjaagt de mol. Succes is helaas niet gegarandeerd, want elke mol reageert anders. Probeer dus meerdere methodes. Je kan deze tips ook gebruiken om woelratten te verjagen.
-
Hoe kan ik mos uit mijn gazon verbannen?
Stap 1: Bladeren verwijderen
Mos ontstaat meestal omdat de grond niet meer OPEN is. Die is dichtgeslibd door intensief gebruik of doordat er teveel maaisel is blijven liggen. Dit heet vervilting. Het gras verstikt en het mos grijpt zijn kans en neemt de plaats van het gras in. Om te zorgen dat je het gras niet verstikt, moet je altijd bladeren van het gazon verwijderen. Die kun je dan mooi in de border gooien als bemesting. Andere oorzaken: Mos kan ook veroorzaakt worden door teveel schaduw. De meeste grassoorten kunnen slecht tegen schaduw en op die plekken groeit mos juist het snelst. Grote bomen in de tuin zorgen natuurlijk voor veel schaduw. Ook zure grond kan een reden zijn, mos groeit daar liever dan gras.
Stap 2: Anti-mosmiddel
Met een anti-mosmiddel roei je mos uit. Daarnaast geeft het middel ook voldoende voedingstoffen die de groei van het overgebleven gras extra stimuleert. Binnen twee weken is het mos zwart en dood, maar het gras blijft in leven. De kale plekken van het dode mos hoef je niet opnieuw in te zaaien. In het anti-mosmiddel zit ook gazonmest en zorgt ervoor dat het achterblijvende gras een extra impuls krijgt om breed uit te groeien.
Stap 3: Verticuteren
Als het mos dood is, dan kun je het weghalen met een verticuteerhark. Deze hark maakt de grond meteen meer open, doordat het grote sleuven maakt in de bovenste laag van het gazon. Het gras ziet er even niet zo mooi uit, maar zo komt er weer lucht in de bodem en kan water beter de grond in trekken en zo verklein je de kans dat mos weer terugkomt. Doe dit in april, want dan begint het gras net weer te groeien. Door te verticuteren snoei je ook de wortels van het gras een beetje, waardoor het gestimuleerd wordt om extra wortels aan te maken.
Regelmatig: Beluchten
Als je gaat beluchten, dan steek je met een priem of een riek gaatjes in de grond. Verticuteren kun je het beste maar 1x per jaar doen, maar beluchten kun je vaker doen. Zo houd je toch de grond luchtig.
-
Wat kan ik doen tegen slakken in de tuin?
Preventieve maatregelen
In het voor- en najaar, en in koele, natte zomers steken slakken de kop op. In deze perioden kun je preventief te werk gaan. Check bijvoorbeeld regelmatig of je slakkeneitjes rond de plant ziet. Verwijder deze kleine, doorzichtige balletjes. Nog een maatregel is het schoffelen van de aarde rondom de plant. Dit maakt het een minder aantrekkelijke schuilplek voor slakken. Korrels strooien Slakkenkorrels zijn een goede optie, maar je wilt natuurlijk geen onschuldige slachtoffers maken. Strooi de korrels daarom onder een dakpan of in een klein plastic potje. Zo kunnen de slakken erbij, maar honden en katten bijvoorbeeld niet. Bedenk je wel dat slakkenkorrels chemische bestrijdingsmiddelen zijn.
Afschrikwekkende planten
Creëer een natuurlijke barrière tussen de slak en hun favoriete planten. Slakken zijn gek op de hosta en ridderspoor. Plant hier alsem, salie, tijm, Oost-indische kers, bonekruid, hysop, tomaat of vingerhoedskruid omheen. Slakken kunnen de geur van deze planten niet goed verdragen.
Natuurlijke materialen
Slakken kruipen niet graag over ruw materiaal. Maak obstakels door scherp zand, schelpen, cacaodoppen gebroken eierschalen, schorssnippers, as van de openhaard en stro om de plantjes heen te strooien. Het is een van de meest diervriendelijke methoden. (Ver)dronken slakken Een manier om slakken letterlijk in de val te lokken is het ingraven van potjes en schotels bier. De beestjes voelen zich aangetrokken tot de geur van het bier. Ze raken erdoor bedwelmd, tuimelen over het randje en verdrinken.
Natuurlijke vijanden
Natuurlijke vijanden van slakken zijn lijsters, eksters, kraaien, spreeuwen, merels, zwarte kevers, egels, muizen, padden en duizendpoten. Probeer deze natuurlijke vijanden dus de tuin in te lokken. Zorg voor voldoende bomen en struiken voor de vogels. Egels schuilen graag onder losse bladeren en takken.
Slakken rapen
Als je zelf op slakkenjacht gaat, is het handig te weten waar je moet zoeken. Slakken voelen zich prettig op vochtige, schaduwrijke plekken. Ze eten compost, afgevallen blad, nieuwe zaaiingen en bepaalde planten. In het donker komen ze tevoorschijn. Ga met een zaklamp op pad om de beestjes te rapen. Je kunt de slakken naar bepaalde plekken lokken: onder dakpannen of vochtig zeil bijvoorbeeld.
-
Hoe vervoer ik planten met blote (naakte) wortels?
Het is heel belangrijk dat je ten alle tijde vermijdt dat de wortels uitdrogen. Probeer daarom de planten in een gesloten auto te vervoeren. Kom je met een aanhangwagen, zorg dan voor een stuk plastiek of doek waar je de wortels mee kan afdekken. Ook wanneer je ze slechts over een korte afstand moet vervoeren.
-
Mag ik mijn haag op de scheiding met mijn buren planten?
Volgens de wet moet een geschoren haag op minstens een halve meter van de scheidingslijn geplant worden. De hoogte is wettelijk vastgelegd op 1m80. Bij een akkoord met de buren kan een haag op de scheidingslijn geplant worden. In dit geval onderhoud je buur 1 kant van de haag en jij de andere. Hoogstambomen moeten op 2m van de scheidingslijn geplant worden. Voor alle veiligheid kan je contact opnemen met de dienst stedenbouw van je gemeente; voorschriften kunnen verschillen van gemeente tot gemeente.
-
Wanneer moet ik planten met blote wortel planten?
De beste plantperiode voor het planten met blote wortel is november - maart. De planten hebben nog enkele maanden tijd om zich goed te "zetten" voor de sapstroom die in het voorjaar op gang komt. Het ideale plantweer is zacht en vochtig weer. Bij extreme vorst kan men niet planten. Ook wanneer er een schrale wind staat, moet je oppassen dat de wortels niet uitdrogen.
-
Wat als ik planten met blote wortels niet meteen kan planten?
Kan je de planten niet onmiddellijk planten, dan kan je ze inkuilen (ingraven in een greppel) op een beschutte plaats. Door de wortels onder de grond te stoppen wordt uitdrogen voorkomen.
-
Wat is het verschil tussen haagbeuk en beuk?
Beukbladeren hebben een gladde rand, worden in de winter bruin maar blijven hangen. Een beuk komt laat in blad in het voorjaar. Een beukenhaag is in de aanvangsjaren gevoelig voor wolluis, dit is echter zelden schadelijk voor de plant, en het verdient zelfs de voorkeur om niets te doen. Door niets te doen worden de planten sterker en zullen de wolluizen na enkele jaren verdwijnen. Bladeren van de haagbeuk zijn gezaagd. Slechts een deel van de bladeren blijft hangen in de winter. Een haagbeuk komt vroeg in het voorjaar in blad en heeft zelden last van ziektes.
-
Hoe lang duurt het voor mijn haag is dichtgegroeid?
3 à 4 jaar (afhankelijk van de grondsoort kan dit wat korter of langer zijn. Op leemgrond groeien de meeste planten sneller dan op zandgrond.)
-
Ik wil een haag van 2 meter hoog, hoe doe je dat?
De hoogte van je haag bepaal je door te snoeien. Onze haagplanten kan je zowel voor een haag van 1 m tot een haag van 2 m en zelfs nog hoger gebruiken. Het is het toppen (bovenkant snoeien) van je haag die bepaalt hoe hoog je haag wordt.
-
Wij zijn op zoek naar een haag of boom om in een paardenwei te planten. Welke soorten zijn giftig voor het paard?
Taxus, Liguster, Kardinaalsmuts, Lijsterbes en Inheemse vogelkers zijn giftig voor paarden. Zelfs de Beuk, Gelderse roos en de Zomereik zouden giftig zijn indien je paard er grote hoeveelheden van eet.
-
Hoe moet ik planten met blote wortels planten?
Veiligheidshalve is het aan te raden om de naakte wortels eventjes onder te dompelen in water alvorens te planten (bij voorkeur regenwater). Eventueel beschadigde wortels of gebroken takken worden bijgeknipt. Vul de put of gleuf op voor één derde. Meng wat speciale potgrond voor beplanting onder de bestaande grond. Aan het plantgoed kan je zien hoe diep de plant op de kwekerij stond, op hun nieuwe plaats moeten ze even diep staan. Zorg ervoor dat de grond goed verkruimeld tussen de wortels terecht komt. Schud dan even met de plant zodat de aarde goed tussen de wortels valt. Vul daarna het plantgat geleidelijk aan en druk met de voet (niet stampen) de aarde aan.
Bij extreme droogte is het aan te bevelen om water te geven. (overdrijf niet!) -
Moet ik mijn haag snoeien na het planten?
Met uitzondering van de beuk (Fagus sylvatica) is het goed om alle planten te snoeien bij het planten. Hierdoor wordt de haag of struik compact en vol. Het snoeien mag zelfs fors gebeuren, bijvoorbeeld tot in de helft van de twijgen. Zo wordt het evenwicht tussen de bovengrondse plant (blad oppervlakte) en het beschadigde wortelstel hersteld, waardoor de plant sneller zal groeien. Vandaar de uitdrukking "snoeien is groeien".
De planten die wij verkopen zijn haagplanten en worden meestal gebruikt als struik of haag. Wil je er een boom van maken (op een stam) dan snoei je enkel de zijtakken af en niet de top van de plant. -
Wanneer is een appel rijp?
Een appel is plukrijp als hij gemakkelijk van de boom loskomt en het steeltje aan de vrucht blijft zitten. Bewaarfruit rijpt na tijdens de opslag. Behandel rijpe vruchten even voorzichtig als eieren, zij kneuzen gemakkelijk. Leg ze in een korf of kist met zachte bedekking.
-
De bloesem van mijn kers wordt bruin en gaat dood. Hoe komt dat?
Bij bloesemsterfte of bloesemmonilia sterven de bloemetjes af en worden deze inderdaad helemaal bruin. De twijgen sterven helemaal af en geven geen opbrengst meer. Twijgen die vorig jaar werden geïnfecteerd, zijn vrijwel helemaal kaal. De moniliaschimmel heeft bij het begin van de bloei de infectie veroorzaakt. Daarom bescherm je de bloei preventief vanaf het witte knopstadium met Baycor 25 WP (dus voor de bloemen open staan!). Herhaal de behandeling nog eens bij volle bloei. Ook pruimelaars en sierkersen kunnen aangetast worden. Indien deze behandelingen niet werden uitgevoerd en de twijgen helemaal bruin zien, dan moeten deze worden weggesnoeid. Het best nog 40 à 50 cm verder dan de infectie zichtbaar is.
-
Ik heb een prachtige beukenhaag, maar de bladeren kleven en ik zie veel kleine luizen. Wat helpt hier?
De maand mei begint de beukenhaag uit te lopen, maar ook beukenbladluizen vestigen zich in elke jonge scheut. De blaadjes krullen bij elkaar, raken verzwakt en de beukenbladluizen scheiden zoete honingdauwvloeistof af, wat de bladeren doet kleven. Het is echt nodig de beukenhaag vanaf het begin van het seizoen (begin mei) gezond te houden, door de nieuwe, jonge scheuten te bespuiten met Confidor 200 SL. De natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes blijven ongeschonden, zodat het ecologisch evenwicht behouden blijft.
-
Ieder jaar krijgen wij paddestoelen in het gazon. Vaak staan ze ook in een kring. Hoe geraak ik daar van af?
Het gaat hier om zogenaamde "heksenkringen". Paddestoelen zijn eigenlijk schimmels. Maak eerst het gazon los met een vork of maak er gleuven in en begiet de kurkdroge bodem enkele dagen overvloedig met water. Behandel dan met Cupravit Forte (aangieten).
-
De blaadjes van mijn buxus zien er lepelvormig uit. Hoe komt dat en wat is daar tegen te doen?
Uw buxus heeft last van de buxusbladvlo. Dit komt veel voor. De buxusbladvlo zorgt ervoor dat de topblaadjes van de scheuten klokvormig naar binnen gaan buigen. Er ontstaat een 'lepelvormig' blaadje, een klokje of een bolletje als het ware, met daarbinnen de buxusbladvlo die het blad leegzuigt. Daardoor zal de top van die scheut helemaal niet meer uitgroeien. Om deze parasiet te bestrijden, spuit u begin april met Confidor 200 SL. Eind mei herhaalt u deze behandeling, zodat de problemen voor het ganse seizoen opgelost zijn. Staat uw buxus in een pot, dan kunt u nog beter aangieten met Provado Garden.
-
Mag ik producten van Bayer Garden mengen?
Algemeen kunnen we stellen dat twee verschillende producten uit het assortiment mengbaar zijn. Mengsels van meer dan twee producten raden wij af. De oplosbaarheid van een poeder kan sterk verminderen wanneer dit met een vloeibaar middel wordt gemengd. Wij stellen voor uitsluitend poeder met poeder, of vloeibaar met vloeibaar te mengen. De dosering van beide producten aanhouden zoals vermeld op de verpakking. Interessant is om bij elke insecticide- of fungicidebehandeling een vloeibare meststof uit het Bayfolan-assortiment toe te voegen als bladvoeding. Dit verbetert de werking van de producten en geeft de planten een extra groeistimulans bij het herstelproces.
-
Mijn gazon vertoont pleksgewijze gele vlekken. Bij regenachtig weer kruipen grijsgrauwe maden op mijn terras. Heeft dit iets met de vlekken in mijn gazon te maken? Wat te doen?
Inderdaad, dit zijn emelten. Zij zijn de larven van de langpootmug en vreten de wortels van het gazon kaal. Deze kunnen bestreden worden door het gazon te behandelen met Volasect 5G. Strooi het granulaat uit bij regenachtig weer of beregen goed zodat het product zijn werking in de bodem kan uitoefenen. De beste periode voor de bestrijding is september-oktober of april-mei.
-
Wat kan ik doen tegen de larven van de taxuskever?
De witte larve van de taxuskever, ook wel gegroefde lapsnuitkever genoemd, is een zeer actieve larve van 1 cm groot. Ze kan vrij agressief aan de wortels van heel wat soorten planten vreten: Taxus, Rhododendron, Azalea, coniferen, perkplanten, enz. Vaak sterven planten. De larve verpopt zich eind april en komt begin mei als zwarte kever uit de grond gekropen. De kever kan niet vliegen, maar kan kruipend wel heel wat afstand afleggen. Er is één cyclus per jaar. Behandel de kevers bij valavond met Baythroïd 12,5 EW. De larven kun je bestrijden door in de bodem de korrels van Curater 1G in te werken. Geef ook voldoende water zodat de werkzame stof direct tot bij de wortels en de parasieten kan doordringen.
-
Ieder jaar vertonen de bladeren van mijn rozen zwarte vlekken, verkleuren ze geel en vallen ze vervolgens af.
Uw rozen hebben last van sterroetdauw. Op de bovenkant van het blad treft u ronde grijze tot grijszwarte vlekken aan met dikwijls een stervormig uitgesneden rand. De vlekken zijn talrijk over het gehele blad verdeeld. De onderste bladeren worden als eerste aangetast. In een later stadium vergelen de bladeren en vallen ze af. Dit leidt tot het kaal worden van de planten. De infectie van sterroetdauw vindt begin mei plaats. Voer dan een behandeling uit met Baycor 300 EC of Baycor 25 WP. De behandeling om de tien dagen herhalen, vooral bij regenachtig weer. Nooit rozen met water besproeien! Wissel de behandeling af met Bayfidan Special (tegen witziekte en roest). Ruim de afgevallen zieke bladeren zorgvuldig op, anders zal deze schimmelziekte volgend seizoen nog harder toeslaan. Preventief behandelen is de boodschap. Wanneer de infectie begonnen is, is het te laat. Kies rozenvariëteiten die minder gevoelig zijn voor deze ziekte.
-
Hoe en wanneer moet ik rozen snoeien?
Rozen worden naar hun groei- en bloeivorm in verschillende groepen verdeeld en de planten uit iedere groep worden weer net iets anders behandeld. Je moet dus weten met wat voor soort roos je in jouw tuin te maken hebt, voordat je gaat snoeien. Hier lees je meer over snoeien per rozengroep.
Gebruik alleen een scherpe snoeischaar waarmee je een mooie scherpe snede kunt maken. Snoei altijd schuin boven een knop of oog; schuin naar boven in de richting van de knop.
Eén van de redenen waarom snoei zo belangrijk is, is dat vooral veel schimmelsporen, maar ook andere aantasters op de takken overwinteren. Haal je die dus voor een groot deel weg, dan verwijder je ook die aantasters voor het merendeel. Dat helpt de planten gezond te houden. Snoei ook altijd ingestorven en dode takdelen weg tot in het gezonde deel. -
Ik heb veel problemen met ziektes in mijn tomaten. Kunt u mij juist vertellen hoe ik deze moet behandelen en met welk product?
Als uw tomaten buiten staan, heeft u wellicht te maken met tomatenphytophtora. Dit kunt u voorkomen door begin juni de tomatenplanten te bespuiten met Cupravit Forte. U voorkomt daardoor ook bladvlekkenziekte.
-
Het is net of mijn vissen naar lucht happen, maar ze halen zuurstof toch uit het water?
Dat klopt, maar het probleem dat u schetst komt zomers regelmatig voor tijdens warme dagen Warm water kan namenlijk minder zuurstof bevatten dan koud water. Normaal gesproken zal er zich tijdens het groeiseizoen geen probleem voordoen met de zuurstofvoorziening. Er zijn echter een aantal omstandigheden waardoor er wel zuurstofgebrek kan optreden:
Bij te diepe vijvers met een te klein wateroppervlak. Een klein wateroppervlak kan maar een beperkte hoeveelheid zuurstof opnemen. Stilstaande waterlagen van 1 meter diep of meer komen dan niet voldoende in aanraking met zuurstof. Vooral bij de micro-organismen kan dan zuurstofgebrek optreden.
Bij relatief hoge watertemperaturen. Tijdens warme zomerse dagen kunnen soms de watertemperaturen in de vijver wel doen oplopen tot 25°C. Bij deze temperaturen is de verzadigingswaarde (opgeloste zuursof per liter water) slechts 8 mg. zuurstof per liter water. Vooral als er een groot aantal vissen aanwezig is, kan het dan gemakkelijk tot zuurstoftekort komen. De tabel verduidelijkt dit.
Bij ophoping van CO2 in het water. Buiten het groeiseizoen kan onder ongunstige omstandigheden (te lage GH-waarde) het CO2 gas in het water toenemen . CO2 gas is zwaarder dan zuurstof en zal zich dus bij de bodem ophopen. Er ontstaan dan in de diepere waterlagen zuurstofarme of zelfs zuurstofloze omstandigheden. De gevolgen hiervan zijn desastreus, eerst voor de micro-organismen en in een later stadium ook voor de vissen. Dit is vaak de reden van vissterfte in het vroege voorjaar. Zuurstofproblemen uiten zich vooral bij de vissen. Ze houden zich boven in het water op, happen naar "lucht" en zijn traag in hun bewegingen. Zuurstofgebrek in de onderste waterlagen kan zich uiten doordat er een "olielaagje" op het wateroppervlak verschijnt, veroorzaakt door afgestorven micro-organismen.
De oplossing voor zuurstofproblemen is in alle gevallen het aanbrengen van een sterke luchtpomp, die vooral de onderste waterlagen goed in beweging brengt. -
Help, mijn vijver is groen! Wat moet ik doen?
Groen troebel water is een veel voorkomend probleem bij nieuwe vijvers. Echter, ook bij bestaande vijvers, waarbij in het begin fouten zijn gemaakt, komt groen troebel water nogal eens voor.De groene kleur van het water wordt veroorzaakt door een minuscuul zweefalgje, dat zich razendsnel vermenigvuldigt. Soms ontstaat dan een ondoorzichtig groene brij. Zweefalg ontstaat wanneer er, door een te beperkte hoeveelheid groeiende vijverplanten, voedingoverschot in het water aanwezig is. De oplossing van dit probleem omvat een aantal maatregelen.
Breng, indien nog niet aanwezig, een laag Vijversubstraat aan. Voeg gelijktijdig een verpakking Bacterial, nitrificerende bacterie cultures toe.
Breng meer vijverplanten aan. Goede soorten in dit stadium zijn: drijfplanten zoals watergentiaan, kikkerbeet, Azolla en eendekroos of waterlelies.
Zorg ervoor dat de gezamenlijke waterhardheid (GH-waarde) voldoende hoog is. Deze dient tenminste 8°DH te zijn. Bij lagere waarden GH-plus gebruiken. Wanneer deze maatregelen worden toegepast, zal na verloop van tijd het milieu stabiliseren en de zweefalggroei verdwijnen. Nadat het water helder is geworden kunnen zuurstofplanten worden aangebracht. Goede soorten zijn: waterpest, hoornblad en fonteinkruid.
-
Wat kan ik doen tegen die lastige draadalgen?
Groene draadalgen staan structureel dicht bij de echte waterplanten. Ze kunnen enorm woekeren en binden daarbij grote hoeveelheden voedingsstoffen. Bijkomende effecten zijn: helder water, lage KH-waarde, hoge pH-waarde en vrijwel altijd stagnatie van de groei van zuurstofplanten.
Oplossing:
- Breng meer moerasplanten en waterlelies aan; bedek het water oppervlak voor 30-40% met drijfplanten (voedingsstoffen absorberen door waterplanten)
- Zorg ervoor dat de totale hardheid (GH-waarde) van het water tenminste GH 12 DH is. (verbeteren waterkwaliteit)
- Verwijder regelmatig en zoveel mogelijk de draadalgen uit de vijver.
Naarmate het plantenbestand groeit en in omvang toeneemt, zal de groei van de draadalg verminderen: de primaire groei van deze algen zal na verloop van tijd worden overgenomen door de groei van de waterplanten.
-
Wat mankeert mijn vissen toch?
Hoewel u niet specifiek aangeeft wat er met uw vissen aan de hand is, kunnen er wel een aantal algemene zaken gezegd worden over de gezondheid van vijvervissen. Net als bij de mens spelen conditie en weerstand een grote rol bij de gezondheid. Vissen in slechte conditie of met een zwakke weerstand lopen een verhoogd risico om ziek te worden. Dit kan onder de volgende omstandigheden plaats vinden:
- Wanneer gezonde vissen door nieuwkomers worden besmet.
- Wanneer door een slechte of geen voeding de conditie achteruit gaat.
- Door slechte milieuomstandigheden c.q. waterkwaliteit.
Van belang is dus dat u door goed en regelmatig te voeren, uw vissen in vissen in een goede conditie brengt en houdt.
-
Ik heb een kunststof reiger bij de vijver en toch ben ik vissen kwijt!
De kans is groot, dat hier toch sprake is van vissenroof door een reiger, hoewel u een "afschrikreiger" heeft geplaatst. Reigers zijn slimme dieren en laten zich helaas niet afschrikken door een kunstreiger. Als decoratie kunt u hem echter laten staan.Veel doeltreffender is het om een Reigerstop te plaatsen, waar de reiger met zijn poten tegen aanloopt. De belletjes versterken de schrikreactie. Als u gebruik maakt van een Pond Protector in zwakstroomuitvoering, kunt u er zeker van zijn dat het bezoek van een reiger of de kat van de buren een eenmalige aangelegenheid is.
-
Hoe moet ik nieuwe vissen overzetten in de vijver?
Breng nieuwe vissen altijd zo snel mogelijk naar huis. Vermijd tijdens het transport extreme temperatuurverschillen. zorg ervoor dat de temperatuur van het transportwater niet hoger wordt dan 20°C.
Wen de vissen geleidelijk aan het vijverwater. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld een schone emmer. Zet de vissen met het transportwater hier voorzichtig in over. Vul nu steeds iets vijverwater bij. Na circa 15 minuten kunnen de vissen in de vijver worden losgelaten.
-
Hoe vaak moet ik mijn vissen voederen?
Zodra de temperatuur van het vijverwater boven de 10°C komt, moeten de vissen gevoerd worden. Eénmaal per dag is in het algemeen voldoende, tijdens de warmere perioden soms iets vaker. Let erop dat de vissen al het voer opeten.
-
Onze vijver van vijverfolie is lek. Is er iets waarmee we het lek kunnen dichten?
Als eerste moet je bepalen of het daadwerkelijk om een lek gaat. Het waterpeil kan namelijk door meerdere oorzaken zakken, bijvoorbeeld door verdamping of door laagje grond die doorloopt van buiten de vijver tot in het water. Als het water steeds tot een bepaald niveau zakt en niet verder, is de kans groot dat het om een lek gaat. Dit kun je controleren door de waterrand na te speuren op gaatjes of scheurtjes. Kun je het niet zo snel vinden, haal dan de folie los zodat je erachter kunt kijken en vul de vijver dan weer. Trek de folie dan een beetje naar voren en kijk of en waar het naar achteren lekt.
Repareren
Ben je er zeker van dat het om een lek gaat, markeer de plek en repareer het met een reparatieset. Let wel op van welk materiaal de vijverfolie gemaakt is. Laat het waterpeil zakken tot onder de gemarkeerde plek en maak het materiaal rondom het lek goed droog. Ruw het op en repareer het met de set. Het is verstandig om bij de aanschaf van de reparatieset een stukje van dezelfde folie mee te nemen. Is het lek te klein om te repareren of kun je het lek echt niet vinden, dan zal je het folie moeten vervangen.
-
Hoe kan ik reigers afschrikken van mijn vijver?
Reigers vormen steeds vaker een probleem voor vijvers. De vogels zijn gespecialiseerde viseters die vissen van 25-30 cm gemakkelijk aankunnen. Een kunstreiger aan de vijverrand biedt geen oplossing. Er is echter een effectieve manier om reigeroverlast te voorkomen. Span op 15 cm hoogte boven de vijverrand een dunne metalen draad of een kunststof snoer. Als u er op regelmatige afstanden ook nog belletjes aan hangt, is het reigerprobleem definitief van de baan.
-
Hoe zaai ik best een nieuw gazon in?
Het inzaaien van een nieuw gazon kan in 5 stappen:
- Verwijder het aanwezige onkruid en spit de grond ca. 30cm diep om.
- Egaliseer de grond en rol of loop de grond aan zodat er een stevige toplaag ontstaat. Hark de toplaag enigszins los.
- Verdeel het graszaad in twee gelijke hoeveelheden. Zaai één deel in de lengte en het andere deel in de breedte van de door te zaaien oppervlakte.
- Het graszaad voorzichtig en niet te diep inharken. Na het inharken het graszaad licht aandrukken. Dit bevordert het ontkiemen van het graszaad.
- Afhankelijk van de weersomstandigheden het gazon licht blijven besproeien tot het gras duidelijk opkomt en doorgroeit.
Let op: voorkom te allen tijde dat de grond gedurende de eerste weken na het doorzaaien uitdroogt.
-
In welke periode van het jaar zaai ik best gras?
Graszaad heeft warmte en vocht nodig om te kiemen. April en mei zijn de maanden bij uitstek om gras in te zaaien of door te zaaien. September is echter nog een goede herkansing voor het najaar. Natuurlijk is het weer bepalend en kan het bij mooi weer al in maart warm genoeg zijn om graszaad te zaaien.
-
Is er een manier om konijnen weg te houden bij het gras en welke planten worden niet opgegeten door konijnen?
Konijnen zijn vooral 's nachts actief. Omdat ze in groepjes leven en holen graven, kunnen ze inderdaad wel wat schade aan de tuin aanrichten. Een manier om konijnen buiten de tuin te houden, is om een afrastering om de tuin heen te zetten. Door planten in de tuin te zetten die konijnen niet lekker vinden, kun je deze knagers ook uit de tuin weren. Konijnen eten, afhankelijk van de tijd van het jaar, gras, takken, wortels en schors. Er zijn tal van planten, bomen en struiken waar konijnen niet van houden. Wat ze niet lekker vinden zijn bittere, doornige en harige planten. Enkele bomen die ze niet lekker vinden: berk, gouden regen, paardenkastanje, vlinderstruik, sering, tulpenboom, blauwspar en rhododendron. Struiken: buxus, olijfwilg, hortensia, struikmargriet, bessenstruiken, jasmijn en skimmia. Vaste planten: vrouwenmantel, kattenkruid, dahlia, ridderspoor, vingerhoedskruid, geranium, kogeldistel, latyrus, lavendel, kaasjeskruid, salie, varens, trompetbloem en clematis. Kruiden: dragon, munt, basilicum, oregano, peterselie en bonenkruid.
-
Wanneer kan ik het beste de hortensia's snoeien?
Als je een hortensia gaat snoeien, moet je bepalen wat voor soort het is. De Hydrangea macrophylla, oftewel gewone hortensia, heeft een bolvormige of platte bloeiwijze en kun je in het voorjaar, na maart, snoeien. De soorten met de platte schermen hoeven niet of weinig gesnoeid te worden.
De hortensia's met de bolvormige bloemen vragen meer aandacht. In augustus vormen zich aanzetten voor de bloemen van volgend jaar. Hortensia bloeit op hout van het voorgaande jaar. Als je de takken dus tot aan de grond afknipt, verwijder je ook de nieuwe knoppen en heb je het jaar daarop geen bloemen. Ieder voorjaar kun je eenderde van de oudste takken, van drie jaar en ouder, tot aan vijf centimeter boven de grond wegsnoeien. Oude takken herken je aan de bruine kleur. Zwakke, dunne scheuten kun je ook wegsnoeien. Zo dun je de struik uit, hou je hem jong en heb je toch takken met nieuwe bloemen. Knip de uitgebloeide bloemen van de overgebleven takken pas in het late voorjaar tot net boven een nieuwe bloemknop af. Zo worden de jonge scheuten beschermd tegen vorst.
Je kunt ook de wortels van de hortensia verkleinen. Deze bepalen grotendeels de groei van de plant. Snij je de wortels van de hortensia af of verklein je ze, dan hou je de groei van de plant onder controle. Dit kun je het beste in het voorjaar doen. Steek de wortels van de plant rondom af met een schep.
De Hydrangea Paniculata en en Hydrangea Annabelle bloeien op nieuw hout. Ze bloeien steevast elk jaar, hoe je ze ook behandelt. De enige periode waarin je deze hortensia's niet kunt snoeien is het voorjaar. Dan bereiden ze zich voor op de bloei. Deze soorten worden vaak gebruikt voor hagen. Je kunt ze vrij drastisch snoeien en dan zul je zien dat ze het volgende jaar weer prachtig zijn.
-
Wat zijn de openingsuren van de Vijver- & Tuincentra van PELCKMANS?
Alle dagen open van 9 tot 18u, zon- & feestdagen van 9 tot 16u, DINSDAG GESLOTEN
-
Leveren jullie ook planten en andere producten aan huis?
Meer info hierover vind je in de rubriek 'bestellen en bezorgen'.
-
Kan er bij Pelckmans met Pinpas of Pinkaart betaald worden?
Meer info hierover vind je in de rubriek 'belangrijke info'.
-
Welke betaalmiddelen worden bij Pelckmans aanvaard?
Meer info hierover vind je in de rubriek 'belangrijke info'.
-
Kan ik bij Pelckmans met Ecocheques betalen?
Wij aanvaarden Ecocheques, maar alleen voor de daarvoor bestemde goederen.