De meeste varen zijn (sub)tropisch en kunnen bij ons alleen maar in de kamer gehouden worden. Maar toch zijn er ook voor de tuin prachtige varens verkrijgbaar in allerlei verschillende bladkleuren, bladvormen en hoogtes. Een aantal daarvan is zelfs inheems en komt van nature in onze bossen voor. Varens houden van vocht en schaduw, daarom doen ze het zo goed in onze omsloten stadstuintjes. Maar in ieder tuin is er wel een plekje te vinden waar bloeiende vaste planten niet willen bloeien vanwege licht gebrek.
Niet alle varens groeien in een schemerige omgeving. De koningsvaren (Osmunda regalis), steenbreekvaren (Asplenium trichomanes), stekelvaren (Polystichum spinulosum) en de adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) groeien net zo goed in de zon. Alle varens hebben een humusrijke en blijvend vochtige grond nodig om te kunnen groeien. Voor sommige soorten is een kalkrijke bodem nodig, andere zijn juist zuurminnend. Sommige varens staan mooi als solitair (dat zijn meestal de hoog opgroeiende varens), andere soorten komen beter uit als ze in een groep worden geplant.
Groenblijvende varens zijn een welkome aanvulling voor iedere tuin. Varens kunnen daarin een rustpunt zijn. Bovendien vormen ze een prima achtergrond voor vroeg bloeiende bolgewassen. Er zijn hoog opgroeiende en laagblijvende varens. Het varengeslacht is omvangrijk. Ze komen over de hele aardbol voor, vanaf de tropen tot in gematigde klimaten.