Tegelijk met de voorjaarszon en de eerste ontluikende bloemen begint de lente wellicht ook te kriebelen bij de tuinvijver. Met tintelende vingers wil men aan de slag en dat kan. Afgestorven delen van de planten kunt u in het voorjaar stilaan beginnen weghalen, tenminste wanneer de planten makkelijk bereikbaar zijn. Een handharkje kan een handig hulpmiddel zijn om voorzichtig oude bladeren en ander dood plantenmateriaal tussen de beplanting weg te halen. Mocht u er niet in slagen op deze wijze alle dode materiaal te verwijderen, maak er u dan niet teveel zorgen over. Vermijd in ieder geval te vroeg en te veel midden in de vijver te rommelen in het prille voorjaar.
Misschien bevinden een aantal organismen zoals kikkers zich nog in winterrust. Wacht liever wat af tot het wat warmer wordt en het waterleven volop in gang schiet. Oever- en moerasplanten bijzetten kan natuurlijk wel.
Wat later in de lente zetten we een stapje dieper in de vijver om er werkzaamheden te verrichten: wat controleren, wat opruimen, wat wijzigen her en der. Planten (zoals dwergwaterlelies) die we de voorbije herfst dieper hadden gezet kunnen nu op een hoger vijverniveau geplaatst worden waar ze zullen profiteren van het warmere oppervlaktewater, wat zal resulteren in een voorspoedige groei en bloei.
Het vijveronderhoud beperkt zich ook in de late lente hoofdzakelijk tot de planten. Half mei, dus na de ijsheiligen kunnen ook de tropische, vorstgevoelige vijverplanten zoals watersla en waterhyacint naar buiten. Controleer de waterleliemanden op afgestorven wortelstokken en verwijder deze met een scherp mes. Waar nodig wordt de vijvergrond aangevuld of vernieuwd. Nagenoeg alle moeras- en oeverplanten kunnen in de lente verjongd of verdeeld worden.
Heb geduld
Introduceer in elke vijver verschillende soorten zuurstofplanten, liefst uit verschillende genera. De praktijk heeft namelijk uitgewezen dat het moeilijk, zoniet onvoorspelbaar is welke van deze zuurstofleveranciers het best zal gedijen in uw vijver. Bovendien is ons klimaat zo wisselvallig dat het ene seizoen deze onderwaterplant weelderig groeit, terwijl hij het volgend jaar minder goed presteert. Wie vijf of meer soorten zuurstofplanten poot heeft een heel grote kans op succes.
Heb geduld. De vijver lijkt in de lente ‘achter’ op de rest van de tuin. Dit is normaal. Water warmt slechts langzaam op, maar eens op temperatuur wordt de ‘achterstand’ ingehaald door de vijverplanten...
Nog meer dan anders vertoeft u in de zomer in de nabijheid van uw vijver. Veel waterplanten gaan nogal vlug de hippe toer op. Hou te sterk voortsnellende planten in toom. Vooral drijfplanten en planten met drijvende bladeren moet men in het oog houden want anders krijgen de onderwaterplanten geen licht meer. Streef naar een vijver waarvan het oppervlak voor de helft of tweederde bedekt is met voornoemde drijvers. Kijk in de zomer uit naar ziekten en ongedierte. Een vlugge reactie zal vaak veel werk en ongemak besparen. Bij een aantasting door bladluizen is het vaak voldoende de bladeren met een tuinslang af te spuiten. De luizen vallen in het water en worden zo tot een geliefde prooi voor onze vissen.
Opgelet voor waterleliekevers !!! Het zijn vooral de gitzwarte, ongeveer 1cm lange, larven van deze minuscule kevertjes die de boosdoeners zijn. Wij plukken ze met de hand van de waterleliebladeren. Kikkers zijn onze beste bondgenoten in de strijd tegen deze rupsjes die een soort ‘lettervormige’ beschadigingen veroorzaken. In de zomer kunnen er ook rupsen van verschillende soorten kleine motvlinders worden aangetroffen op de bladeren van de waterlelies. Ook deze rupsen kunnen handmatig worden verwijderd. Gelukkig komen ziekten en schimmels nauwelijks voor in moeras of vijver. Ze kunnen wel optreden wanneer planten verzwakt zijn door minder gunstige omstandigheden.
Controleer ook regelmatig of uw pomp correct werkt en/of de aanzuig niet verstopt is. Afhankelijk van visbezetting en filtertype kan een regelmatige reiniging van de filter aangewezen zijn. Panikeer niet wanneer het waterpeil van uw vijver elke dag 1 of zelfs 3cm daalt, tijdens droge zomerdagen is dat normaal. Het water verdampt aan het oppervlak en ook de oeverplanten verdampen een grote hoeveelheid via hun bladeren. Water toevoegen is de boodschap. Regenwater is zacht en zal niet indikken. Leidingwater bevat kalk, in sommige gemeentes heel veel kalk en chloor. Soms wordt aangeraden het te vernevelen maar doe dit nooit tijdens volle zonneschijn. De waterdruppels zullen dan als brandglazen fungeren en gaatjes branden in de bladeren van waterlelies en andere daaraan gevoelige planten. Wacht daarom liever met vernevelen tot de avond valt.
Kortstondig vertroebelingen van het vijverwater bij een plotse weersomslag of bij dreigend onweer hoeven niet verontrustend te zijn. Ook in de vrije natuur is dit een normaal verschijnsel.
Enkele zomerse raadgevingen
Pas op dat er geen gemaaid gras in de vijver valt, het is geen zicht en rottend gras vervuilt het water. Het is belangrijk dat er geen chemicaliën in de vijver terechtkomen. Zij zouden zowel planten- als dierenleven schade kunnen berokkenen. Wees extra voorzichtig met sproeistoffen in de buurt van uw waterplas. Geef uw vissen niet teveel voer. Het voeder moet opgegeten zijn na enkele minuten. Wees extra beducht voor overvoederen tijdens zeer hete en zwoele dagen.
Half augustus is een mooi moment om een nieuwe vijver op te starten. Planten kan probleemloos tot half september voor zowat alle vijverplanten. Een deel van de gewassen kan gerust verplant worden tot half oktober.
Het vijverseizoen is over zijn top. Willen wij volgend jaar opnieuw volop genieten van het vijverschouwspel dan zullen wij dit najaar even de handen uit de mouwen moeten steken. Een aantal vorstgevoelige planten brengen we in september of oktober (in hun mand) naar een dieper vijverniveau. Er is kans dat de weerman nachtvorst voorspelt, zelfs in september. Wij nemen onze voorzorgen en plaatsen o.a. volgende vorstgevoelige planten lager onder water zodat zij beschermd zijn tegen ijs: kleine waterlelies, Sagittaria graminea en Thalia dealbata. Een aantal tropische planten kunnen onze winters onmogelijk buiten doorstaan. Waterhyacint en watersla zijn tropische drijfplanten, die in de zomer snel groeien maar bij de minste vorst teloorgaan. Het loont de moeite niet voor de vijverliefhebber om deze drijvers binnen te halen. Het is veel beter in de lente een paar nieuwe exemplaren aan te schaffen.
De vissen
Blijf uw vissen zo lang mogelijk voederen. Zo zullen zij een goede vetreserve voor de winter kunnen aanmaken, wat helpt om gezond door het koude seizoen te raken. Schakel over op speciaal lichtverteerbaar wintervoer. Koudwatervissen kunnen zonder problemen buiten overwinteren, tenminste wanneer de vijver diep genoeg is. Sluierstaartgoudvissen, waaierstaartgoudvissen, oranda’s en andere niet winterharde vissen worden binnen in een koudwateraquarium geplaatst.
Vermijd overvloedig blad
Hevige bladval vermijden we in de vijver. Wonderlijk gekleurde, gele, bruine en rode blaadjes dwarrelen van de bomen en nestelen zich op het water. Ze vlotten eventjes, beroerd door rimpelwind maar vlug gaan ze zinken. Onder in de vijver ontbinden ze. Rottende bladeren geven methaangas af en kunnen, vooral wanneer de vijver is dichtgevroren, gevaarlijk zijn met vissterfte tot gevolg. Gebruik liefst een fijnmazig net (maaswijdte 0.5 x 0.5cm) waar ook de kleinere blaadjes niet door kunnen. Deze kleine mazen hebben bovendien het voordeel dat vissen nog kikkers erin verstrikt kunnen raken.
Planten knippen of niet
De stengels van oeverplanten worden in regel niet afgeknipt. Wanneer wij ze nu verwijderen dan zal onze vijver er maandenlang erg kaal uitzien, zo zonder enig verticaal element. Wanneer wij de beplanting laten staan zullen wij nog lang kunnen genieten van de herfstkleuren en later van winterse berijpte silhouetten. De luchtkanalen in de stengels zorgen ervoor dat ook een gesloten ijsdek er nog steeds mogelijkheid tot gasuitwisseling bestaat tussen water en lucht.
Afgeknakte en in het water hangende stengels van oeverplanten knippen wij wel af, deze zorgen alleen maar voor rottigheid. Wij knippen deze geknakte stengels niet onder water af, maar zo’n 10 à 15cm boven het wateroppervlak. Dit doen wij o.a. om te vermijden dat er water binnendringt via de holle stengels, wat slecht is voor de wortelstokken in rust.
De pomp waar zij niet kan bevriezen
Vijverpompen worden in de late herfst op een diepe plaats in de vijver gezet of ze worden uit de vijver gehaald en ergens vorstvrij bewaard. Men zet ze best ondergedompeld weg (bijvoorbeeld in een emmer water) in een vorstvrije ruimte zoals kelder of garage. Dit voorkomt het vastzitten van bewegende onderdelen. Opgelet: alleen de pomp in het water, de stekker nooit !
Aanleg in de herfst
Voor een totale heraanleg van de tuin is de herfst erg gepast. Voor struiken, bomen en vaste planten is het nu het ideale tijdstip voor verplanten. Ook kan men in de herfst een nieuwe waterpartij aanleggen. Zo’n in het najaar opgestarte vijver heeft altijd wat voor op ééntje die in de lente gestart wordt. Het water heeft immers de kans te rijpen. De plas zal er de volgende lente al erg mooi uitzien. De rubberfolie blijft ook bij zeer lage temperaturen (tot -45°C) soepel zodat de aanleg van vijvers ook in koudere periodes absoluut geen problemen geeft. Tuinaannemers weten dat en kiezen bijna altijd voor dit duurzame en makkelijk te verwerken materiaal. Een groot deel van de water- en oeverplanten kan probleemloos geplant worden tot half oktober. Waarop wacht u nog?
Wat u zeker niet mag doen is schaatsen op de vijver. Het is slecht voor de vissen. Gaten in het ijs hakken mag evenmin want ook dit geeft drukgolven onder water. Er zijn betere manieren om een wak te maken, met warm water bijvoorbeeld. Smelt enkele gaten van 5 à 10cm in doorsnee in het ijs. Dichtvriezen kan op een zeer efficiënte en energievriendelijke manier tegengegaan worden door een zuurstofsteentje in de vijver te hangen. Hang het steentje zo’n 30 à 40cm onder het wateroppervlak, niet dieper want dan gaan de onderste waterlagen (die bij grote koude juist het warmst zijn) vermengd worden met de bovenste. Het luchtpompje kan bovendien ook zijn nut bewijzen tijdens zwoele zomerse dagen.
Sneeuw houdt licht tegen. Wanneer boven op de bevroren vijver een laag sneeuw komt te liggen is ruimen de boodschap. Onder het ijsdek ligt alle activiteit zeker niet stil in de vijver. Een aantal algen en mossen (bijvoorbeeld bronmos) maar ook hogere planten zoals naaldkruid, waterpest en krabbescheer blijven in de winter ietwat actief en zorgen er zelfs voor dat er onder een ijsdek nog aan enige zuurstofproductie gedaan wordt.
Het is raadzaam om aan de vissen af en toe heel kleine hoeveelheden speciale wintervoeding te voeren. Het filteren kan, in het geval van hoge visbezetting en in het geval van speciaal geconstrueerde (koi)vijvers, doorgaan, maar met een lager debiet. De micro-organismen zullen er hun werk, weliswaar vertraagd, voortzetten.
De winter is een tijd van plannen
Misschien is er in uw tuin ruimte voor een nieuwe (grotere?) vijver. Er is geen betere tijd dan de winter om in gedachten de tuin om te gooien en fantastische veranderingen aan te brengen. De ondergesneeuwde tuin is als een onbeschreven blad, figuurlijk maar ook letterlijk. Met een stok kan men de contouren van een nieuwe, wellicht grotere waterpartij in het witte sneeuwtapijt tekenen. Eens het begint te dooien kunt u beginnen met graven van een (grote) put. Zelfs de folie kan erin wanneer u rubberfolie gebruikt, want deze is ook soepel in de winter. Het water kan er uiteraard ook in maar met de introductie van levende bewoners zult u moeten wachten.